De voorlopige areaalcijfers voor 2026 laten een duidelijke verschuiving zien in het Vlaamse landbouwlandschap. Terwijl het areaal aardappelen, suikerbieten en verschillende groentegewassen afneemt, winnen voedergewassen terrein in Vlaanderen. Vooral grasland, grasklaver en andere grasmengsels breiden uit. Het belang van een eigen ruwvoerproductie groeit. Tegelijk investeren landbouwers meer in teelten die bijdragen aan biodiversiteit en bodemgezondheid. Daardoor ontstaan kansen om de voederwinning duurzamer en weerbaarder te maken. Ook de groei van korrelmaïs en vlinderbloemigen toont aan dat bedrijven bewust zoeken naar een evenwicht tussen rendement, risicospreiding en voederzekerheid.
Meer grasland en eiwitrijke voederteelten
De voorlopige cijfers tonen dat grasland in Vlaanderen met 3 procent groeit tot ruim 248.000 hectare. Daarnaast stijgt het areaal grasklaver met 7 procent. Samen met graskruiden en gras-luzernemengsels betekent dit een uitbreiding van meer dan 6.500 hectare. Die ontwikkeling sluit goed aan bij de behoefte van melkveebedrijven aan kwalitatief ruwvoer van eigen bodem. Bovendien neemt het areaal vlinderbloemigen met 24 procent toe. Daardoor beschikken veehouders over meer mogelijkheden om zelf eiwitrijke voeders te produceren. Grasklaver en luzerne leveren niet alleen eiwit, maar verbeteren ook de bodemstructuur. Daarnaast kunnen deze gewassen stikstof uit de lucht binden, waardoor de behoefte aan kunstmest afneemt.
De uitbreiding van deze teelten past binnen een bredere trend. Veel landbouwers zoeken namelijk naar manieren om hun bedrijf minder afhankelijk te maken van externe grondstoffen. Tegelijk dragen gevarieerde graslandsystemen bij aan een hogere droogtetolerantie. Daardoor kunnen percelen beter omgaan met wisselende weersomstandigheden.
Minder silomaïs, maar groei van korrelmaïs
Opvallend genoeg daalt het areaal silomaïs met 6 procent tot ongeveer 117.600 hectare. Toch blijft maïs een van de belangrijkste voedergewassen voor de melkveehouderij. De afname wordt deels gecompenseerd door een sterke stijging van het areaal korrelmaïs. Dat groeit met 19 procent tot bijna 50.000 hectare. Daarnaast neemt het totale areaal graangewassen met 9 procent toe. Vooral wintergerst doet het goed met een groei van 30 procent, terwijl het areaal spelt met 35 procent stijgt. Voor melkveehouders kunnen deze gewassen interessant zijn als aanvullend voeder of als onderdeel van een vruchtwisseling.
Door verschillende gewassen te combineren, verkleinen landbouwers de impact van extreme weersomstandigheden of schommelende marktprijzen. Bovendien bieden granen en maïs mogelijkheden om de eigen voederproductie verder te versterken.
Bodemgezondheid wordt steeds belangrijker
Naast de keuze voor voedergewassen investeren landbouwers in Vlaanderen steeds vaker in maatregelen die de bodemkwaliteit verbeteren. Zo wordt niet-kerende bodembewerking toegepast op bijna 64.000 hectare. Dat is een sterke stijging ten opzichte van vorig jaar. Hierdoor blijft het bodemleven beter intact en kan water gemakkelijker in de bodem dringen. Bovendien vermindert het risico op erosie. Voor grasland- en maïspercelen zijn dat belangrijke voordelen, zeker tijdens droge of juist natte periodes.
Ook klimaatvriendelijke teelten winnen aan populariteit. Het areaal waarop actief wordt gewerkt aan extra koolstofopslag in de bodem stijgt tot meer dan 112.000 hectare. Daardoor neemt het organische stofgehalte toe, wat gunstig is voor de bodemvruchtbaarheid. Tegelijk kan een gezonde bodem beter omgaan met droogte en wateroverlast. Daarnaast groeit het areaal biodiversiteitsvriendelijke teelten, zoals faunamengsels, met 45 procent. Deze mengsels bieden voedsel en beschutting voor akkervogels. Tegelijk dragen ze bij aan een gevarieerder landbouwlandschap.
Bron: LV Vlaanderen




