De Vlaamse zuivelsector blijft een belangrijke motor binnen de agrohandel. Uit het Agrohandelsrapport 2025 van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij blijkt dat zowel de invoer als de uitvoer van zuivelproducten met zeven procent is gestegen. Vlaanderen houdt daarbij een positief zuivelsaldo over van ruim 400 miljoen euro.
Zuivelproducten behoren in 2025 opnieuw tot de belangrijkste agrarische handelsproducten van Vlaanderen. De uitvoer bedroeg 4,43 miljard euro, terwijl de invoer uitkwam op 4,03 miljard euro. Daarmee realiseert Vlaanderen een handelsoverschot van 403,5 miljoen euro, zo valt te lezen in het rapport.
Verdubbeling Vlaamse zuivelhandel tegenover 2014
De groei past in een langere trend. Volgens het rapport noteerde de zuivelhandel het voorbije decennium vrijwel voortdurend stevige groeicijfers. Tegenover 2014 is de uitvoer meer dan verdubbeld. Ook in volume blijft Vlaanderen een belangrijke uitvoerder: in 2025 werd 2,4 miljoen ton zuivel uitgevoerd, tegenover 1,7 miljoen ton invoer. De uitvoerhoeveelheid steeg met 5 procent, terwijl de invoerhoeveelheid met acht procent daalde.
Verschillen tussen zuivelproducten
Niet alle zuivelproducten dragen op dezelfde manier bij aan het positieve saldo. Vlaanderen boekt vooral overschotten bij gecondenseerde melk, room, mager melkpoeder, yoghurt, zuivelbereidingen, melkdranken, volle en magere melk en consumptie-ijs. Bij kaas, boter, niet-mager melkpoeder en wei is er daarentegen sprake van een handelstekort.
Kaas blijft met afstand het belangrijkste zuivelproduct in de handel. Vlaanderen voerde in 2025 voor 1,62 miljard euro kaas in en voor 1,20 miljard euro uit. Dat levert een negatief saldo op van 424 miljoen euro. Toch groeide de kaasexport volgens het rapport met zes procent. Voor melkveehouders en zuivelverwerkers toont dit aan dat de kaasmarkt belangrijk blijft, maar ook sterk afhankelijk is van invoer uit de buurlanden.
Bij andere producten is het beeld positiever. Gecondenseerde melk leverde een saldo op van 253 miljoen euro, room 185 miljoen euro en mager melkpoeder 170 miljoen euro. Ook yoghurt en zuivelbereidingen dragen positief bij. Dat wijst op een sterke positie van verwerkte zuivelproducten met toegevoegde waarde.
Met welke landen worden zaken gedaan?
De export van Vlaamse zuivel is vooral gericht op de buurlanden en het Verenigd Koninkrijk. Twee derde van de uitvoerwaarde gaat naar vijf landen: Nederland, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Italië. Nederland is goed voor 22 procent van de uitvoer, gevolgd door Duitsland met 17 procent en Frankrijk met 13 procent. Opvallend is de sterke groei van de export naar Frankrijk, met 23 procent, en naar Duitsland, met 10 procent.
Buiten Europa springen Algerije en Saoedi-Arabië eruit als belangrijke afnemers van mager melkpoeder. Daarmee blijft ook de wereldmarkt relevant voor specifieke zuivelstromen.
Aan de invoerzijde blijft Nederland veruit de belangrijkste leverancier. Maar liefst 44 procent van de ingevoerde zuivel komt van de noorderburen. Duitsland volgt met 22 procent en Frankrijk met 16 procent. Ook bij kaas bestaat dezelfde top vijf van leveranciers, met Nederland, Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV




