Het scheuren van grasland is voor veehouders een gebruikelijke stap in de bedrijfsvoering. Tegelijkertijd heeft deze ingreep directe gevolgen voor de stikstofbeschikbaarheid in de bodem. Bij het openbreken van de zode komt namelijk in korte tijd een aanzienlijke hoeveelheid stikstof vrij. Dat brengt risico’s met zich mee, maar biedt ook mogelijkheden voor efficiënter gebruik. De mate waarin die kansen worden benut, hangt vooral af van het moment van scheuren en het gebruik van bodemmetingen.
Effect van scheuren op stikstof in de bodem
Wanneer grasland wordt gescheurd, verandert de stikstofdynamiek in de bodem. Organische stof die zich in de loop der jaren heeft opgebouwd, komt versneld beschikbaar doordat bodemorganismen actiever worden. Hierdoor komt stikstof niet langer geleidelijk vrij, maar in korte tijd als ammonium en nitraat. Volgens de bron kan dit in het eerste jaar oplopen tot 80 tot 150 kilogram stikstof per hectare.
Daarmee ontstaat enerzijds een benuttingskans voor gewassen, maar anderzijds een risico op verlies. Vooral wanneer er geen gewas aanwezig is dat de stikstof opneemt, kan deze uitspoelen. Daarom is inzicht in de beschikbare hoeveelheid stikstof noodzakelijk om gerichte keuzes te maken.
Belang van het juiste moment
Het moment van scheuren bepaalt in grote mate het effect op stikstofbenutting. Scheuren in het voorjaar zorgt er namelijk voor dat een volggewas, zoals mais, de vrijgekomen stikstof direct kan opnemen. Daardoor kan de aanvullende bemesting vaak worden verlaagd.
Daarentegen leidt scheuren in het najaar vaker tot verliezen. Omdat er dan meestal geen actief gewas aanwezig is, spoelt nitraat sneller uit, vooral op zandgronden. Bovendien spelen regels een rol, doordat deze het moment van scheuren en het inzaaien van een gewas sturen.
Meten als basis voor bemesting
In de praktijk wordt stikstof nog beperkt gemeten, terwijl dit volgens de bron juist essentieel is voor een onderbouwde bemestingsstrategie. Een grondmonster vlak voor bemesting geeft inzicht in de actuele stikstofvoorraad. Op basis daarvan kan het bemestingsadvies worden aangepast.
Daarnaast wordt monitoring tijdens het groeiseizoen steeds belangrijker. Omdat de werkelijke mineralisatie kan variëren, helpt een N-meting om tijdig bij te sturen. Dit is vooral relevant in systemen waarin doelsturing en gebruiksnormen leidend zijn.
Praktijkvoorbeeld
Een melkveehouder op zandgrond scheurt in april een tien jaar oud perceel grasland en zet het om naar mais. Door de versnelde mineralisatie komt al vroeg in het seizoen een grote hoeveelheid stikstof vrij. Bij een goed groeiseizoen kan deze stikstof worden opgenomen door de mais en kan de bemesting omlaag. Een N-meting voor het bijbemesten geeft inzicht en helpt om tijdig bij te sturen.
Rol van regelgeving en doelsturing
Stikstof die vrijkomt na het scheuren telt mee binnen de gebruiksnormen. Volgens de bron wordt daarbij een vaste korting van 65 kilogram stikstof per hectare gehanteerd. Omdat de daadwerkelijke vrijgave kan afwijken, is het nodig om rekening te houden met variatie. Monitoring helpt om binnen de normen te blijven en tegelijkertijd de benutting te verbeteren.
Bron: Eurofins




