Na herstel van kalverdiarree blijven kalveren jarenlang een productienadeel behouden nadat de aandoening is behandeld. Nieuw onderzoek, gepubliceerd in Journal of Dairy Science, suggereert dat de effecten van neonatale kalverdiarree aanhouden, waardoor de melkproductie lager ligt over meerdere lactaties.
Neonatale diarree is een van de meest voorkomende gezondheidsproblemen waarmee melkkalveren worden geconfronteerd. Om de effecten van diarree op lange termijn te bestuderen, keken onderzoekers naar de gegevens van 1.907 Holstein-koeien op een commerciële melkveehouderij in Noord-China. De dataset bevatte 700 dieren die neonatale diarree hadden en 1.207 gezonde controles.
Kalveren die diarree doormaakten, hadden een lager speengewicht met 97,5 kilogram versus 101 kilogram bij de gezonde kalveren. De kalveren hersteld van diarree maten gemiddeld een centimeter minder bij de eerste kalving. Koeien die neonatale diarree hadden gehad, produceerden een mediane melkproductie van 10.831 kilogram over 305 dagen, vergeleken met 11.492 kilogram voor gezonde koeien. De piekmelkproductie was ook lager, met een bedroeg van 59 kilogram per dag tegenover 60 kilogram per dag. In totaal produceerden de getroffen koeien ongeveer 661 kilogram minder melk tijdens hun eerste lactatie, een kloof die ook in latere lactaties blijft bestaan met een piek in de derde lactatie en een verschil van ruim 1.000 kilogram melk.
De effecten waren niet beperkt tot melkvolume. Onderzoekers rapporteerden ook lagere melkvetpercentages en lagere vet-eiwitverhoudingen, wat suggereert dat de ziekte de melkkwaliteit en productie-efficiëntie beïnvloedde, evenals de totale productie.
Tekst: Annelies Debergh




