Voor landbouwers wordt het steeds belangrijker om elke kilo kunstmest bewust in te zetten. Niet alleen om kosten te beheersen, maar ook om te voldoen aan strengere milieuregels. Inagro licht drie technieken toe die volgens de hen bijdragen aan een gerichtere inzet van kunstmest: gefractioneerd bemesten, plaatsspecifieke toediening en het correct afstellen van de strooier. Deze aanpakken helpen om de kunstmestgift te verlagen zonder in te leveren op teeltresultaat.
Gefractioneerd bemesten
De stikstofbehoefte van gewassen varieert gedurende het groeiseizoen en wordt beïnvloed door onder andere weersomstandigheden, bodemvocht en organische stof. Door bemesting te spreiden over meerdere momenten kan beter worden ingespeeld op deze variaties. Volgens Inagro maakt deze aanpak het mogelijk om de basisgift te verlagen en bijbemesting af te stemmen op actuele metingen, waardoor overschotten en uitspoeling worden beperkt. In verschillende teelten wordt gewerkt met een startgift van een deel van de totale behoefte. Op basis van staalnames en advies wordt er vervolgens bijgestuurd.
Plaatsspecifiek bemesten
Bij plaatsspecifieke bemesting wordt meststof gericht toegediend dicht bij het zaad of de plant, bijvoorbeeld via rijen- of bandbemesting. Deze methode zorgt ervoor dat nutriënten terechtkomen waar ze nodig zijn en beperkt verliezen op plekken zonder gewas. Volgens Inagro leidt dit tot een efficiëntere opname door de plant en minder overlap bij het strooien. De techniek wordt al toegepast in de maïsteelt en is daarnaast veelbelovend voor andere teelten zoals aardappelen en vollegrondsgroenten.
Correct afstellen van de strooier
Een nauwkeurig afgestelde kunstmeststrooier is essentieel voor een gelijkmatige verdeling van meststoffen. Onjuiste instellingen kunnen leiden tot over- of onderbemesting, met opbrengstverlies of onnodige kosten als gevolg. Inagro meldt dat zowel mechanische afstelling als gebruiksinstellingen een rol spelen. Denk hierbij aan de werkbreedte en afstemming op het type meststof. Houd de rijsnelheid zo constant mogelijk voor een gelijkmatige verdeling. Ook externe factoren zoals wind beïnvloeden het resultaat. Boven windkracht 3 neemt de nauwkeurigheid van het bemesten enorm af. Gebruik daarnaast kantinstellingen en doseerschuiven op de kopakker om verliezen aan perceelranden te beperken. Zo voorkom je onnodige verliezen.
Tekst: Esmee Groot Roessink



