Vlaamse agrariërs krijgen binnenkort de mogelijkheid om landbouw- en natuurreststromen op het eigen bedrijf te composteren. Dat is niet alleen goed nieuws voor geïnteresseerde landbouwers, maar ook voor de rest van de samenleving worden positieve effecten verwacht. De compost kan worden gebruikt als bodemverbeteraar en bemestingsvorm en kan de afhankelijkheid van kunstmest verminderen.
Boerderijcompost is een complete, emissiearme bemestingsvorm met bewezen positieve effecten op bodem en gewas. Het wordt gemaakt door groene, stikstofrijke reststromen, zoals gewasresten en grasmaaisel, te mengen met bruine, koolstofrijke materialen, zoals houtsnippers en stro. Door het materiaal onder de juiste omstandigheden te keren, bevochtigen en beluchten, ontstaat volgens het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) vanaf ongeveer acht weken compost.
Volgens de eerste toelichting op het nieuwe wettelijke kader mogen agrariërs straks individueel of in een samenwerkingsverband van maximaal drie bedrijven composteren. De geproduceerde compost mag alleen worden toegepast op landbouwgrond die de betrokken agrariërs zelf in gebruik hebben.
Naast reststromen van het eigen landbouwbedrijf mogen ook materialen uit natuur-, bos- en landschapsbeheer worden gebruikt. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld maaisel en andere biomassareststromen uit natuurgebieden lokaal worden verwerkt en als compost terugkeren naar landbouwgrond.
Organische- stofgehalte verhogen in de bodem
Volgens ILVO kan regelmatig gebruik van boerderijcompost bijdragen aan het behoud of de verhoging van het organische-stofgehalte in landbouwgrond. Het onderzoeksinstituut baseert zich daarbij op 25 jaar compostonderzoek, langetermijnveldproeven en ervaringen met agrariërs en natuurorganisaties.
Een hoger organische-stofgehalte kan onder meer bijdragen aan een betere bodemstructuur en het vermogen van de bodem om water vast te houden. Daarnaast kan compost volgens ILVO de worteling en nutriëntenbenutting verbeteren en het risico op verslemping, verdichting en erosie verkleinen.
Ook kan compost bijdragen aan de buffering van de zuurtegraad van de bodem en het vasthouden van plantenvoedingsstoffen. Volgens ILVO kan hierdoor de efficiëntie van bemesting toenemen en kunnen verliezen van nutriënten worden beperkt.
Het onderzoeksinstituut benadrukt wel dat bij het gebruik van compost aandacht nodig blijft voor een evenwichtige bemesting. De hoeveelheid nutriënten die met compost wordt aangevoerd, moet worden meegenomen in de totale bemestingsstrategie.
Minder afhankelijk van kunstmest
Een andere reden om boerderijcompostering mogelijk te maken, is het verminderen van de afhankelijkheid van kunstmest. De beschikbaarheid en prijs van kunstmest zijn mede afhankelijk van internationale grondstoffen- en energiemarkten.
Door voedingsstoffen uit landbouw- en natuurreststromen opnieuw te gebruiken, kunnen lokale kringlopen worden gesloten. Volgens ILVO en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) kan boerderijcompost daarmee een deel van de behoefte aan kunstmest vervangen.
Hoeveel kunstmest daadwerkelijk kan worden vervangen, is afhankelijk van onder meer de samenstelling van de compost, de bodem, het gewas en de bemestingsbehoefte.
Regionale samenwerkingen zijn van belang
Hoewel agrariërs straks zelfstandig boerderijcompost mogen maken, verwachten ILVO en ANB dat samenwerking in de praktijk belangrijk wordt. Composteren vraagt tijd, kennis, geschikte reststromen en machines om het materiaal regelmatig te keren.
Het nieuwe kader voorziet daarom ook in de mogelijkheid om met maximaal drie agrariërs samen te werken. Daarnaast kan samenwerking met natuurbeheerders zorgen voor de aanvoer van geschikte reststromen uit natuur-, bos- en landschapsbeheer.
In het Grenspark Groot Saeftinghe aan de Antwerpse Linkerscheldeoever wordt al ervaring opgedaan met een dergelijke gezamenlijke aanpak. Agrariërs, natuurorganisaties en andere betrokken partijen maken daar afspraken over de beschikbare reststromen, controleren het materiaal op verontreiniging en delen onder meer compostkeerders.
Volgens ILVO en ANB kunnen dergelijke regionale samenwerkingsverbanden de praktische drempel voor boerderijcompostering verlagen. Het definitieve wettelijke kader moet duidelijkheid geven over de voorwaarden waaronder Vlaamse agrariërs hiermee aan de slag kunnen.
Tekst en beeld: ILVO




