De wereldwijde zuivelsector blijft de komende tien jaar groeien, maar die groei komt vooral buiten Europa vandaan. Dat blijkt uit de nieuwe OECD-FAO Agricultural Outlook 2026-2035. Volgens het rapport stijgt de wereldwijde melkproductie met gemiddeld 2,0 procent per jaar naar 1.223 miljoen ton in 2035. Meer dan de helft van de productiegroei komt naar verwachting uit India, terwijl de melkproductie in de Europese Unie rond het huidige niveau blijft.
De OECD en FAO hebben hun nieuwe Agricultural Outlook 2026-2035 gepubliceerd. Het rapport schetst de vooruitzichten op het gebied van grondstoffen, vlees, zuivel, vis, granen, oliehoudende zaden, suiker, biobrandstoffen en andere agrarische producten voor de komende tien jaar. De ramingen zijn gebaseerd op marktgegevens tot en met 2025. De organisaties hebben gebruik gemaakt van het Aglink-Cosimo-model, waarmee de organisaties vraag, aanbod, handel en prijzen voor de belangrijkste landbouwmarkten wereldwijd doorrekenen.
De OECD is de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Dat is een internationale organisatie van vooral ontwikkelde economieën die beleidsonderzoek doet en landen vergelijkt op thema’s als economie, handel, landbouw, onderwijs en duurzaamheid. De FAO is de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Die organisatie richt zich wereldwijd op voedselzekerheid, landbouw, visserij, bosbouw, voeding en armoedebestrijding.
Vooruitzichten landbouw algemeen
Voor de landbouw als geheel verwachten de organisaties dat productiviteitsgroei de belangrijkste motor blijft. Gemiddeld stijgt het bruto landbouwinkomen per werknemer richting 2035 met ongeveer 9 procent, ondanks hogere inputkosten en grotendeels stabiele landbouwprijzen. Tegelijk waarschuwen OECD en FAO voor forse onzekerheid: door marktvolatiliteit is er een kans van één op vier dat het landbouwinkomen per werknemer in 2035 minstens 12 procent lager uitvalt dan in het basisscenario.
Voor het rapport is ook gekeken naar de impact op het klimaat. De landbouwproductie groeit vooral door hogere opbrengsten en efficiëntie, maar volgens het rapport blijft ook enige uitbreiding van arealen en dieraantallen nodig. Daardoor nemen de directe broeikasgasemissies uit landbouw en veehouderij wereldwijd naar verwachting met 6,5 procent toe de komende 10 jaar.
Wereldwijde zuivelvraag blijft stijgen
De vraag naar zuivel groeit vooral door inkomensgroei, bevolkingsgroei en betere toegang tot zuivelproducten voor een groeiende groep consumenten. De sterkste consumptiegroei zit in India en Pakistan, vooral bij verse zuivelproducten. De consumptie van verse zuivel per hoofd groeit wereldwijd naar verwachting met 1,9 procent per jaar. In India stijgt de consumptie van melkbestanddelen van 23 à 24 kilogram naar 33 kilogram per persoon in 2035; in Pakistan van circa 39 naar 44 kilogram per persoon.
In Europa blijft de zuivelconsumptie per persoon op een stabiel hoog niveau. Voor hoge-inkomenslanden stelt het rapport dat de vraag naar verse zuivelproducten gaat afnemen. Er komt wel meer belangstelling voor vet, bijvoorbeeld in de vorm van volle drinkmelk of room. Plantaardige alternatieven concurreren volgens het rapport vooral met verse zuivel, minder met verwerkte zuivelproducten.
De kaasconsumptie blijft in de belangrijkste kaasconsumerende regio’s Europa en Noord-Amerika stijgen. In Europa eet een persoon nu gemiddeld 13 kilogram kaas per jaar. Dit zal stijgen naar ongeveer 14 kilogram.
Productiegroei door meer melk per koe
Wereldwijd groeit de melkproductie naar verwachting stevig, maar vooral door hogere productie per dier. Het rapport noemt betere efficiëntie, voeding, genetica en productiesystemen als belangrijke drijvers. De groei van de melkveestapel blijft in exportregio’s zoals de EU, Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland beperkt.
In India en Pakistan verwacht OECD-FAO een sterke groei van de melkproductie. Dit deels door meer dieren en deels door hogere productie per dier. Meer dan de helft van de wereldwijde groei van de melkproductie komt volgens het rapport uit India. Het rapport noemt ook delen van Centraal- en Zuidoost-Azië als gebieden waar de melkveestapel sterker groeit, vooral omdat de melkproductie per dier daar nog relatief laag is. Groei komt daar dus niet alleen uit hogere efficiëntie, maar ook uit meer dieren.
Voor China en Sub-Sahara-Afrika rekent het rapport op een meer gematigde groei van het aantal melkkoeien. In Afrika is de productiviteit per dier laag: richting 2035 heeft Afrika naar verwachting ongeveer 17 procent van de wereldwijde melkkoeien- en buffelpopulatie, maar slechts ongeveer 4 procent van de wereldmelkproductie.
Milieu en diergezondheid zorgen voor onzekerheid
Milieumaatregelen en problemen met diergezondheid blijven volgens OECD-FAO belangrijke onzekerheden voor de zuivelsector. Strengere milieuregels kunnen de melkproductie beïnvloeden, vooral in regio’s waar zuivel zwaar meetelt in de uitstoot van broeikasgassen, stikstof, watergebruik of mestmanagement. Het rapport noemt dierziekten nadrukkelijk als risico voor de melkveehouderij. Recente uitbraken van onder meer lumpy skin disease, vogelgriep bij melkvee en mond-en-klauwzeer laten zien dat diergezondheid productie, handel en marktgroei tijdelijk, maar stevig kan verstoren.
Europa: verwaarding als sterk punt
Voor Europese melkveehouders wijst het rapport niet op een markt met sterke volumegroei. De melkproductie in de EU blijft richting 2035 naar verwachting eerder stabiel dan groeiend, terwijl de grootste mondiale groei vooral uit landen als India en Pakistan komt. Dat betekent niet dat de Europese zuivelsector aan belang verliest: de EU blijft juist sterk in hoogwaardige verwerking, met name kaas, melkvet, ingrediënten en exportproducten. De kansen liggen daardoor minder in méér liters en meer in betere verwaarding van melk.
Tegelijkertijd neemt de druk op het productiesysteem toe. Europese melkveehouders krijgen te maken met strengere milieu-eisen. Daardoor wordt efficiënt produceren met minder emissies steeds belangrijker. De behoefte aan samenstelling van de melk verandert. Vet en eiwit, en de mate waarin die goed kunnen worden verwaard in kaas, boter of andere zuivelproducten, worden belangrijker voor het rendement.
Bedrijven die hun kostprijs beheersen, aantoonbaar duurzaam produceren, goede technische resultaten halen en goed zijn aangesloten op sterke verwerkers of afzetconcepten, staan sterker. De positie in de keten wordt volgens het rapport daarmee bepalender: wie kan leveren voor hoogwaardige zuivelstromen, exportmarkten of concepten met duurzaamheidspremies, heeft meer perspectief dan bedrijven die vooral afhankelijk zijn van bulkvolume.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV




