Vernatte graslanden in de Oudlandpolder worden gebruikt door verschillende trek- en weidevogels. Dat blijkt uit monitoring binnen het Europese Interreg-project FarmBird. Vlaamse Landmaatschappij (VLM) volgde de afgelopen maanden zeven percelen waar water langer wordt vastgehouden. Op de locaties zijn onder meer grutto’s, kieviten, tureluurs, kluten en bergeenden waargenomen. Ook werden nesten, eieren, kuikens en pas uitgevlogen jongen gevonden. Daarnaast blijken enkele percelen tijdens de voorjaarstrek belangrijk als rust- en foerageergebied.
Het FarmBird-project onderzoekt hoe landbouw en biodiversiteit beter kunnen samengaan. Partners uit verschillende Europese landen wisselen kennis uit over maatregelen voor akkervogels en weidevogels. De monitoring in de Oudlandpolder maakt deel uit van die samenwerking. Daarbij worden zowel traditionele waarnemingen als nieuwe technieken gebruikt.
Vernatting zorgt voor geschikt leefgebied
De zeven proefpercelen liggen verspreid over de Oudlandpolder, onder meer bij Klemskerke, Vijfwege, Houthave en Zuienkerke. Door het waterpeil tijdelijk te verhogen, ontstaan plas-draszones, natte laagtes en laantjes. Volgens VLM worden deze plekken tijdens het broedseizoen gebruikt door verschillende weidevogels.
Op meerdere percelen zijn broedende grutto’s, tureluurs en kieviten vastgesteld. Op één locatie werden vier gruttonesten gevonden. Elk nest bevatte vier eieren. Op een ander perceel werd een gruttonest met vijf eieren gevonden. De waarnemingen laten volgens VLM zien dat de vernatte percelen worden benut als broedgebied.
Percelen zijn ook belangrijk voor trekvogels
De natte graslanden worden niet alleen tijdens het broedseizoen gebruikt. Een perceel in Zuienkerke trok tijdens de voorjaarstrek verschillende soorten steltlopers en watervogels aan. Volgens VLM werden daar onder meer 157 kemphanen, 14 bosruiters, verschillende groenpootruiters, zilverplevieren en lepelaars waargenomen.
Tijdelijk natte graslanden kunnen daardoor ook buiten het broedseizoen een functie hebben. Trekvogels gebruiken dergelijke gebieden om te rusten en voedsel te zoeken. De waarnemingen in Zuienkerke laten zien dat de functie van vernatte percelen per seizoen kan verschillen.
Drones brengen nesten in beeld
Binnen het FarmBird-project onderzoekt VLM ook nieuwe manieren om vogels te monitoren. Daarbij worden drones met warmtecamera’s ingezet. Met deze techniek kunnen nesten worden opgespoord zonder dat onderzoekers het terrein hoeven te betreden.
Tijdens de proefvluchten zijn verschillende nesten van grutto’s en kieviten gevonden. Ook werden kuikens en andere dieren, waaronder jonge hazen, waargenomen. Volgens VLM kan de techniek helpen om nesten en vogels nauwkeuriger te volgen. Tegelijkertijd wordt het risico op verstoring en beschadiging van nesten beperkt.
Beheer moet kuikens beschermen
Gericht beheer is volgens VLM belangrijk omdat weidevogels hun nesten op de grond maken. De kuikens verlaten het nest kort na het uitkomen. Vervolgens moeten ze zelfstandig voedsel vinden en zich beschermen tegen bedreigingen. Intensieve landbouw en predatie kunnen daarbij voor verliezen zorgen.
Volgens VLM overleeft gemiddeld 0,25 kuiken per nest tot het moment waarop het kan vliegen. Dat overlevingspercentage is onvoldoende om de populatie op peil te houden. Beheerovereenkomsten zijn daarom gericht op zowel de broedfase als de periode waarin kuikens opgroeien.
Zo zijn er beheerovereenkomsten voor faunagrasland, waaronder plas-draspercelen. Faunaranden zorgen voor verschillende vegetatiestructuren. Korte vegetatie biedt mogelijkheden om voedsel te zoeken, terwijl langere grasstroken en ruigere delen dekking bieden. Ook kruidenrijke akkerranden kunnen volgens VLM voedsel en beschutting leveren. In combinatie met aangepaste landbouwactiviteiten moet het risico op verlies van nesten en kuikens worden beperkt.
Tekst: Esmee Groot Roessink




