Karkasclassificatie speelt een belangrijke rol in de uitbetaling aan rundveehouders. De indeling en het gewicht van een karkas bepalen immers mee de opbrengst. Tijdens een studiedag gaf het Agentschap Landbouw en Zeevisserij toelichting bij de werking van het systeem in Vlaanderen. Daarbij kwam zowel de regelgeving als de controle, datastroom en huidige karkasprijzen aan bod. Hoe wordt de betrouwbaarheid van gegevens bewaakt en hoe kunnen veehouders hun cijfers raadplegen?
Europese regels en Vlaamse uitvoering
De karkasclassificatie is gebaseerd op Europese regelgeving, die in Vlaanderen wordt toegepast via specifieke controles en procedures. Slachthuizen die meer dan 75 runderen per week verwerken, zijn verplicht om karkasgegevens door te sturen naar een centrale databank. Deze databank wordt beheerd door IVB, terwijl de data eigendom blijft van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
De classificatie gebeurt door erkende classificeerders die een opleiding volgen en jaarlijks worden geëvalueerd. Indien nodig kan het agentschap erkenningen schorsen of intrekken. Daardoor ontstaat een systeem waarbij toezicht en uitvoering gescheiden blijven, wat volgens het agentschap bijdraagt aan de betrouwbaarheid.
Wat karkasclassificatie omvat
Karkasclassificatie bestaat uit twee onderdelen: indeling en gewicht. De indeling bevat vier elementen: categorie, bevleesdheid, vetheid en aanbiedingsvorm. Deze factoren bepalen samen de uiteindelijke waardering van het karkas.
Daarnaast bestaan er vijf erkende aanbiedingsvormen in Vlaanderen. Gewichten kunnen via wettelijke omrekeningsfactoren worden herleid naar een standaardvorm. Daardoor zijn resultaten vergelijkbaar, ook wanneer karkassen verschillend worden aangeleverd. Omdat indeling en gewicht samen de basis vormen voor de uitbetaling, is een correcte registratie essentieel.
Datastromen: van slachthuis tot veehouder
Na het slachten worden karkassen gewogen en ingedeeld in het slachthuis. Vervolgens moeten deze gegevens binnen 24 uur worden doorgestuurd naar de centrale databank. Tegelijk is het slachthuis verplicht om de informatie aan de leverancier te bezorgen.
Rundveehouders krijgen toegang tot hun gegevens via IVB, bijvoorbeeld per e-mail, via een website of per brief. Naast deze officiële kanalen bestaan ook informele datastromen, zoals via handelaars. Deze vallen echter buiten het toezicht van het agentschap.
Onaangekondigde controles
Het agentschap voert onaangekondigde controles uit in slachthuizen. Elk slachthuis wordt minstens twee keer per kwartaal gecontroleerd. Bij verhoogd risico kan dit oplopen tot zes controles per kwartaal. Tijdens deze controles worden minimaal 40 karkassen beoordeeld. Daarbij wordt gekeken naar indeling, presentatie en verwerking. Kleine afwijkingen worden toegelaten; pas vanaf twee subklassen verschil geldt een indeling als fout.
Volgens het agentschap wordt meer dan 93% van de karkassen correct ingedeeld. In hogere SEUROP-klassen ligt dit percentage rond 95 à 96%. Deze cijfers zijn de afgelopen jaren stabiel gebleven.
Wegen en registratie
Ook het gewicht wordt gecontroleerd. Weegschalen in slachthuizen zijn gekoppeld aan een beveiligd registratiesysteem. Alle metingen worden automatisch opgeslagen en kunnen niet worden aangepast.
Controleurs kijken onder meer naar de ijking van de weegschaal, het gebruik van de juiste tarra en de timing van de weging. Het karkas moet binnen 60 minuten na het slachten worden gewogen. Vervolgens moeten de gegevens overeenkomen met de databank.

Inzicht via cijfers en marktinformatie
Veehouders kunnen naast hun eigen gegevens ook sectorcijfers raadplegen via de website van het agentschap. Daar staan grafieken over onder meer bevleesdheid, vetheid en gemiddelde slachtgewichten.
Daarnaast worden wekelijkse prijsgegevens gepubliceerd. Deze cijfers maken het mogelijk om eigen resultaten te vergelijken met het Vlaamse gemiddelde en trends te volgen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de karkasprijzen van jonge stieren sinds eind 2024 zijn gestegen.





