Op twee rundveebedrijven in Vlaanderen zijn voor het eerst gevallen van sporidesminotoxicose vastgesteld. Meerdere koeien vertoonden huidletsels als gevolg van een schimmeltoxine dat ze tijdens het grazen hadden opgenomen. Het gaat om bedrijven in het noorden van Antwerpen en het Pajottenland. Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) waarschuwt voor de aandoening, die eerder ook al in Nederland werd vastgesteld.
Schimmel in grasland veroorzaakt leverschade
Sporidesminotoxicose ontstaat door de opname van het schimmeltoxine sporidesmine. De schimmel, die traditioneel bekendstaat als Pithomyces chartarum, groeit op afgestorven grasdelen in weilanden. Vooral warm en vochtig najaarsweer bevordert de groei van de schimmel en de vorming van sporen.
Wanneer runderen het gras kort afgrazen, komen ze dichter bij het afgestorven materiaal op de bodem. Hierdoor neemt de kans toe dat ze het toxine opnemen.
Sporidesmine kan bij runderen en schapen de lever en galgangen beschadigen. Daardoor kan het lichaam fyllo-erythrine, een afbraakproduct van bladgroen, onvoldoende via de gal uitscheiden. Deze stof stapelt zich vervolgens op in het lichaam en kan onder invloed van zonlicht huidbeschadiging veroorzaken. Dit verschijnsel heet secundaire fotosensibilisatie.
De aandoening is niet overdraagbaar van dier op dier. Hoe gevoelig dieren zijn, verschilt sterk. Meestal ontstaan de eerste huidverschijnselen ongeveer tien tot veertien dagen na blootstelling aan het toxine. Het verloop hangt onder andere af van de opgenomen hoeveelheid en de duur van de blootstelling.
Huidletsels, korstvorming en vroeggeboortes
Bij de aangetaste runderen op de twee Vlaamse bedrijven ging de leverintoxicatie gepaard met fotosensibilisatie. De dieren vertoonden roodheid en korstvorming op de neusspiegel en de slijmvliezen van de vulva.
Ook op de uier, de spenen en de lichtgekleurde huidgedeelten ontstonden korstvormige letsels. Daarnaast kwamen abortus en vroeggeboortes voor.
Bij schapen kan sporidesminotoxicose eveneens ernstig verlopen en zelfs tot acute sterfte leiden. In Nederland is al sterfte onder schapen gemeld.
Bloedonderzoek en grasstalen helpen bij diagnose
DGZ adviseert veehouders om bij verschijnselen van fotosensibilisatie contact op te nemen met hun dierenarts. Deze symptomen kunnen wijzen op sporidesminotoxicose, maar ook andere oorzaken hebben.
Bloedonderzoek kan helpen om lever- en galgangschade vast te stellen. Verhoogde waarden van totaal bilirubine en GGT kunnen wijzen op een verstoorde galafvoer en schade aan de lever of galgangen. Ook de LDH-waarde kan verhoogd zijn, al is deze minder specifiek voor leverschade.
Deze afwijkingen bewijzen op zichzelf niet dat een dier sporidesminotoxicose heeft. Bovendien kunnen dieren al leverschade hebben zonder zichtbare huidverschijnselen.
Daarnaast kan microscopisch onderzoek van grasstalen helpen bij de diagnose. Hiervoor moeten veehouders op minimaal vijf verschillende plaatsen in de betrokken weide telkens minstens 25 gram gras verzamelen. Het gras moet kort bij de bodem worden afgesneden, waarbij ook afgestorven grasdelen worden meegenomen. Gras met wortels verzamelen is eveneens mogelijk.
Tijdens het microscopisch onderzoek zoeken onderzoekers naar de typische handgranaatachtige schimmelsporen en tellen ze deze. De sporentelling geeft een indicatie van de mogelijke blootstelling, maar toont niet rechtstreeks aan hoeveel toxine aanwezig is.
Omdat de samenstelling van een grasmonster kan variëren en niet alle schimmelstammen evenveel sporidesmine produceren, beoordeelt de dierenarts de resultaten samen met de klinische verschijnselen en het bloedonderzoek.
Aangetaste dieren opstallen en beschermen tegen zonlicht
Bij een vermoeden van sporidesminotoxicose adviseert DGZ om de dieren op te stallen, zodat ze niet verder grazen op het betrokken perceel. Geef de dieren daarnaast kwaliteitsvol ruwvoer.
Aangetaste dieren moeten ook worden beschermd tegen direct zonlicht om te voorkomen dat de huidletsels verergeren. Omdat de aandoening niet besmettelijk is, hoeven veehouders de dieren om die reden niet afzonderlijk te huisvesten.
De dierenarts kan zinkoxide (ZnO) en/of ontstekingsremmers (NSAID’s) inzetten als ondersteunende behandeling. Herstel is mogelijk, maar de ernst van de leverschade bepaalt in belangrijke mate hoe goed en hoe snel een dier herstelt.
Voorkom dat koeien gras te kort afgrazen
Volgens DGZ speelt goed weidebeheer een belangrijke rol bij het beperken van het risico op sporidesminotoxicose. Veehouders kunnen de opname van afgestorven grasmateriaal beperken door te voorkomen dat hun dieren de weide te kort afgrazen.
Vooral tijdens warme en vochtige periodes in het najaar is extra alertheid nodig.
De aanwezigheid van de schimmel is niet betrouwbaar met het blote oog vast te stellen. Afgestorven gras of roestverkleuring betekent niet automatisch dat de schimmel of het toxine aanwezig is.
Bij een vermoeden van sporidesminotoxicose adviseert DGZ om samen met de dierenarts te bekijken of onderzoek van het grasland nodig is.




