De maisoogst loopt op zijn einde en ook steeds meer aardappelpercelen komen vrij. Laat je bodem na de oogst niet kaal de winter ingaan, dat adviseert Inagro. Wie geen wintergraan inzaait, kan, zodra de omstandigheden het toelaten, een groenbedekker inzaaien. Ook bij een late inzaai kan je zo je bodem beschermen en tegelijk werken aan de bodemkwaliteit voor het volgende teeltseizoen.
Heeft laat inzaaien nog zin?
Ook na een late oogst van mais of aardappelen kan het zinvol zijn om een groenbedekker in te zaaien. De beschikbare groeiperiode bepaalt daarbij het resultaat. Naarmate het najaar vordert, krijgt het gewas minder tijd om zich te ontwikkelen. Grassen en granen kunnen volgens Inagro bij een late zaai nog een goede beginontwikkeling realiseren. Wacht na de oogst daarom niet langer dan nodig. Zaai zodra het perceel voldoende berijdbaar is om schade aan de bodemstructuur te voorkomen.
Welke groenbedekker past bij een late zaai?
Bij een late inzaai wordt de keuze aan geschikte soorten kleiner. Kies daarom gewassen die snel kiemen en bestand zijn tegen de omstandigheden in het najaar en de winter. Grasachtigen en snijrogge zijn mogelijke opties. Ook mengsels met wintergranen en vorsttolerante vlinderbloemigen, zoals winterveldboon, komen in aanmerking.
De zaaidatum bepaalt mede welke soorten geschikt zijn. Tot eind augustus zijn zowel vorstgevoelige als niet-vorstgevoelige vanggewassen mogelijk. Bij een warm najaar kan begin september nog ruimte bieden voor bijvoorbeeld gele mosterd en Japanse haver. Na half september ligt de nadruk op niet-vorstgevoelige gewassen. Voorbeelden zijn gras, snijrogge, winterveldboon, wintererwt en winterlupine.
Wat levert een bedekte bodem op?
Een groenbedekker kan de bodem in de winter op verschillende manieren ondersteunen. Volgens Inagro beperkt een goed ontwikkeld gewas het risico op verslemping, erosie en afspoeling. Daarnaast doorwortelen de planten de bovenste laag van de grond. Dat ondersteunt de bodemstructuur en kan bijdragen aan de draagkracht.
Ook speelt een groenbedekker een rol bij het beheer van nutriënten. Het gewas kan achtergebleven stikstof opnemen en zo het risico op uitspoeling verkleinen. Daarnaast zorgen levende wortels voor activiteit in de bodem. Na afsterving levert het gewas organisch materiaal aan het bodemleven.
De mate waarin deze functies tot hun recht komen, hangt onder meer af van de ontwikkeling van het gewas. Bij een late zaai is de groeiperiode korter. Daardoor kan de groenbedekker zich minder ver ontwikkelen dan bij een eerdere inzaai.
Bron: Inagro




