Vlaanderen wil de afzet van biologische landbouwproducten vergroten via promotie en samenwerking met supermarkten en voedselverwerkers. Verplichtingen voor afnemers komen er voorlopig niet. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams landbouwminister Jo Brouns op een parlementaire vraag van Jeremie Vaneeckhout. Nederland kiest voor een strengere aanpak en wil indien nodig wettelijke maatregelen invoeren.
Volgens Brouns is een groeiende vraag naar biologische producten noodzakelijk om landbouwers voldoende vertrouwen te geven om hun bedrijf om te schakelen. Vlaanderen zet daarvoor in op het Strategisch Plan Bio 2023-2027.
Vijf procent bio als ambitie
Met het Strategisch Plan Bio wil Vlaanderen de biologische landbouw verder ontwikkelen. Vijf procent is daarbij een telkens terugkomend getal. Tegen 2027 wordt onder meer gestreefd naar vijf procent biologisch landbouwareaal, vijf procent biologische landbouwbedrijven en vijf procent bio in het totale voedselconsumptievolume. Ook moet vijf procent van de omzetwaarde van de dierlijke landbouwproductie, inclusief zuivel, biologisch zijn. Voor de overheidscatering wordt eveneens vijf procent bio nagestreefd.
Het plan zet niet alleen in op meer biologische productie, maar ook op marktontwikkeling, ketensamenwerking, kennisuitwisseling en promotie. De bedoeling is dat het aanbod en de vraag naar biologische producten in evenwicht groeien, zodat landbouwers voldoende afzetmogelijkheden behouden.
Overleg met supermarkten
Om de afzet te versterken, ondersteunt Vlaanderen onder meer Bio zoekt Keten, dat landbouwers helpt om nieuwe afnemers te vinden. Het project ZoBio 2.0 stimuleert samenwerking tussen zorginstellingen en lokale biologische landbouwers.
Daarnaast overlegt Vlaanderen samen met Wallonië en Brussel met de vijf grootste supermarktketens in België over een nieuwe voedseldeal die biologische producten sterker in het aanbod moet verankeren.
Volgens cijfers van VLAM steeg het aandeel biologische producten in de voedingsbestedingen van Vlaamse gezinnen van 3,0 procent in 2023 naar 3,3 procent in 2025. De Vlaamse overheid beschikt echter niet over cijfers over de aankoop van biologische producten door overheden en gesubsidieerde instellingen.
Nederland wil verder gaan
In Nederland wil de regering vóór 1 april 2027 harde afspraken maken met supermarkten en voedselverwerkers over de afzet van biologische producten. Als die onvoldoende resultaat opleveren, zijn vanaf 1 januari 2029 wettelijke stimuleringsmaatregelen voorzien.
Brouns wil die aanpak voorlopig niet overnemen, geeft hij aan in zijn antwoord op de vraag van Jeremie Vaneeckhout. Hij verwijst naar de Europese vrije markt en stelt dat landbouwers marktgericht moeten kunnen produceren, zonder dwingende overheidssturing. Vlaanderen volgt de Nederlandse ontwikkelingen wel op.
Voor Vlaamse veehouders die een omschakeling naar biologische melk-, vlees- of eierproductie overwegen, blijft de afzetzekerheid daarmee een belangrijk aandachtspunt. De ambities voor biologische landbouw zijn vastgelegd, maar de uitbreiding van de markt blijft in Vlaanderen grotendeels afhankelijk van vrijwillige engagementen van supermarkten, verwerkers en consumenten.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV




