Wat zegt mestkwaliteit over de prestaties van een melkveebedrijf? Die vraag stond centraal tijdens een kennisdag bij Melktap Groene Grens in Ede. De bijeenkomst bracht melkveehouders, onderzoekers en adviseurs samen rond onderwerpen als mestkwaliteit, grasbenutting en bodemleven. Waarnemingen in mest kunnen waardevolle informatie geven over vertering, rantsoen en bodembeheer. Daarnaast kwamen praktijkervaringen met draadloos weiden, compostthee en agroforestry aan bod.
De kennisdag vond plaats ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van Melktap Groene Grens van Jan en Carola van Ruiswijk. Daarnaast vormde de bijeenkomst de afsluiting van het SABE-project ‘Praktijknetwerk Toekomstgerichte Boeren Gelderland’ en het project ‘Kennis in en door de Praktijk’ van Platform Natuurinclusieve Landbouw Gelderland.
Inzicht in de bedrijfsvoering
Volgens onderzoeker Peter Vanhoof hangen voer, koe, mest, bodem en grasland nauw met elkaar samen. Wat een koe opneemt via het voer, is terug te zien in de mest. Vervolgens beïnvloedt de manier waarop de bodem de mest benut de bodemkwaliteit en uiteindelijk de opbrengst en kwaliteit van grasland. Daarom keken deelnemers uit het praktijknetwerk Toekomstgerichte Boeren Gelderland naar onder meer mestkwaliteit, emissiepotentieel, pH, vertering en microbiologie.
Volgens de gepresenteerde meetgegevens veranderden verschillende indicatoren in de afgelopen jaren. Zo nam het emissiepotentieel af en wijzigde de verhouding tussen koolstof en stikstof. Zulke inzichten helpen om scherper te kijken: benut de koe het voer goed? Past het rantsoen bij het gras? En wat betekent dat voor de bodem onder je percelen?
Verschillen tussen vaste mest en drijfmest
Tijdens de kennisdag werd ook aandacht besteed aan verschillen tussen vaste mest en drijfmest. Volgens de gepresenteerde analyses bevat vaste mest meer soorten bodemleven, waaronder gisten, schimmels en melkzuurbacteriën. Daarnaast werd in vaste mest relatief meer koolstof en organische stof aangetroffen. Ook bleek volgens de onderzoekers dat in vaste mest minder resten van pesticiden werden gevonden. Dat kan gunstig zijn voor microbiële activiteit in de bodem en samenhangen met een lager emissiepotentieel.
Mest beoordelen in het veld
Harm Rijneveld, adviseur van Terug naar de basis advies, liet deelnemers zien hoe mest in het weiland beoordeeld kan worden. Daarbij kun je letten op kenmerken zoals structuur, geur, kleur en activiteit. Ook de aanwezigheid van vliegen, maden of vogels kan volgens hem informatie geven over de vertering en de snelheid waarmee mest wordt opgenomen in de kringloop. “Begin met kijken. Wat ligt er in de wei? Wat gebeurt ermee na een paar dagen? En wat zegt dat over je koeien, je voer en je bodem?” Zulke waarnemingen kunnen input zijn voor keuzes rond bemesting, beweiding en rantsoensamenstelling.
Efficiënt graslandbeheer
Naast mestkwaliteit kwam draadloos weiden aan bod. Volgens de sprekers kan deze techniek helpen bij het organiseren van stripgrazen, het sturen van koeien en het besparen van arbeid. De winst zit vooral in goed plannen: waar staat het beste gras, hoeveel krijgen de koeien en hoe past dat bij melkproductie en koeverkeer?
Verder werd gesproken over toepassingen van compostthee en agroforestry. Daarbij stond de vraag centraal welke effecten deze maatregelen kunnen hebben op bodemleven, gewasontwikkeling, diergezondheid en klimaatbestendigheid. Volgens de aanwezige experts verschilt de toepasbaarheid per bedrijf en blijft uitwisseling van praktijkervaringen belangrijk.
Bron: LTO Noord




