Gras en maïs blijven de vaste waarden op elk melkveebedrijf. Toch kiezen steeds meer melkveehouders ervoor om hun bouwplan te verbreden. Ook landbouwer Peter Bauwens uit Sint-Lievens-Esse ziet duidelijke voordelen in een ruimere vruchtwisseling.
“In onze rotaties wordt tijdelijk grasland afgewisseld met voederbieten en granen. Ook mengteelten van rogge en veldbonen hebben hierin hun plaats,” vertelt hij. “Bij de keuze van onze teelten richten we ons vooral op de behoefte van de koeien.”
Risico spreiden
Door verschillende teelten in het bouwplan op te nemen, spreidt melkveehouder Peter Bauwens het risico op misoogsten. Niet elk gewas reageert immers hetzelfde op droogte, overvloedige regen of temperatuurverschillen. Wintergranen en mengteelten van vlinderbloemigen met wintergranen vullen bijvoorbeeld hun vochtbehoefte grotendeels in vóór de zomerdroogte. Voederbieten kunnen dan weer na een droge periode opnieuw doorgroeien. Maïs is daar vaak gevoeliger voor.
Ook in het rantsoen leveren de extra teelten voordelen op. Granen kunnen, wanneer ze als hakselgraan geoogst worden, structuurrijk ruwvoeder leveren en gedeeltelijk krachtvoeder vervangen. Voederbieten helpen dan weer om de gehaltes in het rantsoen te verhogen en ondersteunen een hoge melkproductie.
In februari 2026 won Bauwens nog de MilkBE duurzaamheidsawards in de categorie Milieu & voeder.
Afwisseling op het veld loont
Naast de voordelen voor het rantsoen merkt Bauwens ook effecten op het veld. Vruchtwisseling doorbreekt de monocultuur van maïs, waardoor specifieke onkruiden minder kans krijgen. Dat maakt de bestrijding eenvoudiger en kan de kosten verlagen. De verschillende wortelsystemen van de gewassen verbeteren bovendien de bodemstructuur. Sommige teelten dragen ook bij aan een hoger organische stofgehalte in de bodem. Dat zorgt voor een betere waterhuishouding en een grotere beschikbaarheid van nutriënten.
Volgens Jinnih Beels, gedeputeerde voor landbouw van provincie Antwerpen, sluit dat perfect aan bij de inzichten uit het praktijkonderzoek. “Alles begint bij een gezonde bodem. Door te variëren in teelten kunnen melkveehouders hun bodem versterken en hun bedrijf beter wapenen tegen droogte en extreme weersomstandigheden,” zegt Beels.
Rotatie bekijken als geheel
Een klassiek misverstand bij landbouwers is dat elke teelt op zich rendabel moet zijn. In de praktijk is het echter beter om een rotatie als geheel te bekijken. In regio’s zoals de Kempen wordt graan bijvoorbeeld soms als minder rendabel beschouwd. Toch kan het een belangrijke rol spelen in de rotatie. Door het andere groeiseizoen ontstaat er ruimte voor bekalking, aangepaste bemesting of andere gewasbeschermingsstrategieën. Dat komt de bodemgezondheid op langere termijn ten goede.
Het praktijkonderzoek van het provinciaal onderzoekscentrum Hooibeekhoeve bevestigt dat een doordachte vruchtwisseling de bodemkwaliteit kan verbeteren en kan bijdragen aan stabielere opbrengsten.
Wat zegt de wetgeving?
Vruchtwisseling komt ook in de Vlaamse regelgeving op verschillende manieren terug. Binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) kunnen landbouwers bijvoorbeeld kiezen tussen een jaarlijkse teeltrotatie, het inzaaien van minstens twaalf weken groenbedekkers of het voorzien van een derde teelt.
Ook binnen het Integraal Plaagbeheer (IPM) kan vruchtwisseling een rol spelen. Bij maïs en korrelmaïs geldt het als een zogenaamde ‘minor’-maatregel: niet verplicht, maar wel een manier om te voldoen aan de 80%-norm voor duurzaam plaagbeheer.
Daarnaast stimuleren verschillende ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen vruchtwisseling, bijvoorbeeld via vruchtafwisseling met vlinderbloemigen of via meerjarige milieu-, biodiversiteitsvriendelijke of klimaatbestendige teelten.
Zelf aan de slag
Een goed teeltplan opstellen is niet eenvoudig. Landbouwers moeten rekening houden met voldoende voeder voor hun vee, contractteelten, timing tussen verschillende teelten en de praktische haalbaarheid op hun bedrijf.
Daarom ontwikkelde het provinciaal praktijkonderzoek een Vruchtwisselingstool. Landbouwers kunnen er op basis van hun eigen verzamelaanvraag, hun ruwvoederbehoefte en teeltgebonden randvoorwaarden verschillende rotaties simuleren.
“Door slim te variëren in teelten versterken landbouwers hun bodem én hun bedrijfszekerheid,” besluit Jinnih Beels. “Dat is precies waar we met het provinciaal praktijkonderzoek op inzetten: kennis ontwikkelen die landbouwers vandaag al kunnen toepassen.”
Bron: Provincie Antwerpen




