Gestimuleerd door weidemelkpremies, PAS-maatregelen en de zoektocht naar een duurzamere productie kiezen heel wat melkveehouders voor beweiding. De uitdagingen om beweiding in Vlaanderen succesvol toe te passen op een modern melkveebedrijf zijn evenwel groot. Graslandonderzoek is in Vlaanderen dus geen overbodige luxe. Recent onderzoek leverde op dit vlak extra kennis op om beweiding nog beter toe te passen.
Variatie in graskwaliteit
In het demo-project ‘GePASt Beweiden’ gefinancierd door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, medegefinancierd door de Europese Unie, willen de projectpartners de bedrijfsvoering bij beweiding optimaliseren, zowel bij jongvee als bij melkgevende koeien. Dit kan door de kwaliteit en de opname van vers gras op de weide beter in beeld te brengen. De veehouder kan dit inzicht in de kwaliteit en opname van vers gras bij melkgevende koeien gebruiken om het stalrantsoen proactief bij te sturen en zo rendabeler melk te produceren. Hiervoor werden 470 stalen vers gras geanalyseerd. In de periode 2020 tot 2024 werden deze stalen verzameld doorheen het groeiseizoen en van verschillende maai- en graaspercelen.

De stalen werden verzameld van februari tot oktober. Zoals verwacht was de variatie in zowel chemische samenstelling als voederwaarde heel groot. Dit ondersteunt de hypothese dat er tussen percelen, seizoenen en jaren heel veel variatie is in kwaliteit en kwantiteit van gras tijdens het graasseizoen, wat bijsturing van het stalrantsoen uitdagend maakt. Gezien deze variatie werd gewerkt met mediaanwaarden gegroepeerd voor het vroege voorjaar (februari-april), het voorjaar (mei-juni), de zomer (juli-augustus) en het najaar (september-november). In tabel 1 worden de mediaanwaarden weergegeven.
Tabel 1. Mediaanwaarden vers gras (stalen 2020-2024, Vlaanderen)
| DS | RE | SUI | NDF | DVE | OEB | FOS | VEM | |
| Waarden Vlaanderen | g/kg | g/kg | g/kg | g/kg | g/kg | g/kg | g/kg | g/kg |
| Vroeg voorjaar (februari-april) | 179 | 219 | 149 | 461 | 99 | 58 | 592 | 1.006 |
| Voorjaar (mei-juni) | 200 | 175 | 147 | 504 | 82 | 22 | 569 | 937 |
| Zomer (juli-augustus) | 160 | 192 | 95 | 530 | 76 | 52 | 558 | 917 |
| Najaar (september-oktober) | 163 | 199 | 98 | 520 | 80 | 52 | 547 | 898 |
| Waarden CVB-tabel | ||||||||
| voor 21 juni | 165 | 219 | 124 | 483 | 110 | 43 | 645 | 1.070 |
| 21 juni – 21 augustus | 165 | 205 | 131 | 491 | 104 | 34 | 625 | 975 |
| na 21 augustus | 165 | 165 | 179 | 492 | 97 | 2 | 640 | 972 |
Chemische analyse en Voederwaarde
Het DS-gehalte van het verse gras in deze dataset varieert tussen de onderzochte periodes. Gras in het voorjaar blijkt een duidelijk hoger DS-gehalte te hebben dan gras in de zomer of najaar. Daarnaast is het DS-gehalte vooral in het voorjaar maar ook in het vroege voorjaar duidelijk hoger (tot 20%) dan de gemiddelde waarde die in de CVB-veevoedertabel wordt gehanteerd. De verschillen in bemestingsregimes liggen hier mee aan de oorzaak. Verder blijkt uit deze analyses het eiwitgehalte (RE en DVE) en ook de energie-inhoud (VEM, FOS) lager uit te vallen dan de gemiddelde cijfers uit de CVB-tabel. Ook blijkt het NDF gehalte wat hoger te liggen. Deze combinaties aan gegevens kan wijzen op gras in iets verder groeistadium. Enkel het suikergehalte bleek in de beschouwde jaren hoger in het (vroege) voorjaar.

Invloed van het weer
De droge zomers van 2020 en 2022 hadden een merkbare invloed op het VEM-gehalte van vers gras in de voorjaarsmaanden (mei-juni) en de zomermaanden (juli-augustus). Ten opzichte van de andere jaren bevatte het vers gras toen minder VEM/kg DS (tot ruim 50 VEM/kg DS minder in 2020) (Tabel 2). De droge zomers hadden ook een effect op het DS-gehalte in juli-augustus, waarbij het DS-gehalte zo’n 50 g/kg hoger lag dan in de andere jaren. 2024 was het natste jaar sinds het begin van de metingen en dat zagen we terug in een laag DS-gehalte van het vers gras in het (vroege) voorjaar. Ook het suikergehalte lag dat jaar duidelijk lager (Figuur 1). Deze weersinvloeden leidden ook tot de verschillen tussen de geanalyseerde gegevens en de CVB-waarden, die van minder extreme jaren dateren.
Tabel 2. Voederwaarde vers gras opgesplitst per jaar (mei-juni en juli-augustus)
| DS | RE | VEM | DVE | OEB | ||
| g/kg | g/kg | /kg | g/kg | g/kg | ||
| Voorjaar (mei-juni) | 2020 | 243 | 172 | 903 | 75 | 21 |
| 2021 | 210 | 165 | 1014 | 91 | 19 | |
| 2022 | 207 | 199 | 943 | 87 | 46 | |
| 2023 | 206 | 150 | 960 | 83 | 9 | |
| 2024 | 155 | 175 | 949 | 82 | 29 | |
| Zomer (juli-augustus) | 2020 | 196 | 202 | 870 | 85 | 61 |
| 2021 | 148 | 186 | 927 | 78 | 58 | |
| 2022 | 201 | 173 | 872 | 73 | 35 | |
| 2023 | 161 | 150 | 928 | 60 | 39 | |
| 2024 | 159 | 223 | 975 | 93 | 64 |
Figuur 1. Suikergehalte in stalen vers gras per maandgroep (g/kg DS)

Conclusie
De analyse van 470 stalen vers gras genomen in de groeiseizoenen van 2020 tot 2024 leert dat de kwaliteit van vers gras heel sterk kan variëren. De variatie binnen één periode is ook steeds groter dan de variatie tussen gemiddelde of mediaanwaarde van verschillende periodes. Het weer, de bemesting, het grondtype, management en de samenstelling van de zode bepalen heel sterk de voederwaarde van het gras. De mediaanwaarden die in dit onderzoek bepaald werden zijn dus eerder richtinggevend. Een inschatting van de kwaliteit van vers gras op basis van voornoemde parameters is dus steeds aangewezen en veel waardevoller.
Auteurs: Matthieu Frijlink, Maarten Cromheeke (ILVO)

Bron: ILVO Vlaanderen




