Vier jaar geleden gooide melkveehouder Johan Van Coillie het roer om. Op zijn bedrijf in Zonnebeke stapte hij over van een klassiek productiesysteem naar een grasgebaseerd rantsoen en roterende beweiding. Volgens hem heeft die keuze grote voordelen opgeleverd: gezondere koeien, betere bodemkwaliteit en lagere kosten.
“Mijn melkproductie is wat lager, maar mijn koeien zijn gezonder en leven langer,” vertelt Van Coillie.
Van productie naar robuuste koeien
Van Coillie startte zijn carrière als veevoederhandelaar, maar kocht in 2002 zijn eigen melkveebedrijf. Lange tijd draaide het bedrijf volgens het klassieke model met focus op maximale melkproductie.
Dat veranderde toen hij zich meer ging verdiepen in koe gezondheid en levensduur. Hij begon met het toepassen van het aAa-stieradvies, waarbij wordt gefokt op bouw, balans en gezondheid van de koe.
Daarbij kruiste hij zijn Holsteinkoeien met onder meer:
- Brown Swiss
- Fries-Hollands
- Jersey
Het resultaat: kleinere, maar robuustere koeien die volgens hem beter in balans zijn.
Gras als basis van het rantsoen
Op het bedrijf bestaat het rantsoen tegenwoordig voor meer dan de helft uit gras. Naast gras worden ook graskruiden en grasklaver ingezaaid.
Volgens Van Coillie past dat beter bij het natuurlijke gedrag van de koe.
“Een koe is een graseter. Als ze kan kiezen tussen maïs en gras, kiest ze altijd gras.”
Naast gras krijgen de koeien onder andere:
- lijnzaadschilfers
- gerstvlokken
- maïsvlokken
- voederbieten
- hooi
- méteilmengsels
Maïs wordt niet meer geteeld op het bedrijf. In plaats van soja kiest hij voor lijnzaadschilfers, die volgens hem kwalitatief beter eiwit leveren en ook meer omega-3-vetzuren bevatten.
Roterend beweiden
Een belangrijk onderdeel van zijn bedrijfsvoering is weiderotatie. Rond het bedrijf ligt ongeveer twaalf hectare grasland, verdeeld in percelen van een halve hectare.
In de zomer wisselen de koeien dagelijks van perceel. Daardoor keren ze pas na ongeveer 24 dagen terug op hetzelfde stuk grasland.
Dat heeft volgens de melkveehouder meerdere voordelen:
- gras krijgt tijd om te herstellen
- bodemstructuur blijft beter
- mest verteert sneller
- minder ontwormingsmiddelen nodig
Daarnaast merkt hij dat de bodem luchtiger wordt en het bodemleven actiever is.
Tips van Johan voor een betere bodem:
- Doorgedreven weiderotatie heeft me al veel opgeleverd. Het gras heeft tijd om te herstellen en uitgescheiden mest verteert snel. Ook de graskruiden zijn bijzonder nuttig. Smalle weegbree heeft bijvoorbeeld een ontwormend effect op de koe.
- Méteilmengsels zijn nuttig voor je bodem en waardevol als voeder. Het zijn mengsels van triticale, haver, erwten en wikken die weinig bemesting nodig hebben.
- Zorg altijd voor bodembedekkers, groenbemesters of dekvruchten (bijvoorbeeld het onderzaaien van gras in mais) op je bodem. Dat houdt het bodemleven intact.
- Verwacht geen snelle resultaten. De doorlaatbaarheid van je bodem herstellen duurt ettelijke jaren.
Minder kunstmest en gezondere mest
Op het bedrijf wordt nauwelijks nog kunstmest gebruikt. Van Coillie werkt met kleine hoeveelheden drijfmest en mengt daarbij vaak water.
Hij kijkt daarbij sterk naar de kwaliteit van de mest, onder meer naar:
- de koolstof-stikstofverhouding (C/N)
- elektrische geleidbaarheid (EC)
Een hoge C/N-verhouding zorgt ervoor dat stikstof beter gebonden blijft en minder snel vervluchtigt of uitspoelt.
Praktische tips van Johan voor een optimale bemesting:
- Goeie mest is korrelig en stinkt niet. Mest die rot is, is glad en gaat stinken.
- Let op restproducten die in je mestkelder terechtkomen, zoals voetbaden of geneesmiddelen.
- Durf te experimenteren met je bodemleven: probeer om zonder kunstmest en sproeistoffen te werken.
- Bemest nooit te vroeg. Wacht tot het bodemleven actief is en het gras wat begint te groeien.
- Start altijd met een basisbemesting en bemest later eventueel bij. Breng nooit alles in één keer op.
- Meng drijfmest met water. De mest trekt sneller in de bodem, er zijn minder emissies en het gras is minder besmeurd.
- Vermijd bodemverdichting. Ik rijd soms met halve bakken om niet teveel druk te zetten op mijn percelen.
- Via meststalen kan je ontdekken hoeveel de koolstof/stikstofverhouding (C/N), de zuurtegraad (pH) en elektrische geleidbaarheid van je mest bedraagt.
Gezondere koeien
Volgens de melkveehouder heeft de nieuwe aanpak duidelijke effecten op de gezondheid van zijn dieren. Uierontstekingen en klauwproblemen komen nog maar zelden voor.
Het ureumgetal in de melk daalde bovendien van ongeveer 240 naar 170 mg per liter, wat erop wijst dat de koeien het eiwit efficiënter benutten.
Ook de levensduur van de koeien neemt toe. Sinds 2021 is de gemiddelde leeftijd in de veestapel met ongeveer zeven maanden gestegen.
Minder liters, maar betere cijfers
De melkproductie per koe ligt tegenwoordig rond 8.500 tot 9.000 liter per jaar, wat lager is dan voorheen. Toch ziet Van Coillie dat niet als een probleem.
Volgens hem dalen ook de kosten, onder andere door:
- minder dierziekten
- minder vervanging van koeien
- minder aankoop van voer
Zijn advies aan collega-melkveehouders is dan ook duidelijk:
“Durf de focus eens te verleggen van liters melk naar gezondheid en voederkwaliteit. Je betaalt je facturen niet in liters melk, maar in euro’s.”
Experimenteren met nieuwe systemen
Van Coillie neemt ook deel aan het project ILVO VoederPAS. In dat onderzoek wordt gekeken of laageiwitrantsoenen kunnen bijdragen aan een lagere stikstofuitstoot.
Zijn boodschap aan jonge landbouwers is eenvoudig: blijf experimenteren.
“Ga kijken bij collega’s, lees boeken en probeer nieuwe dingen. Je leert altijd iets dat je op je eigen bedrijf kan toepassen.”
Bron: Vlaamse Land Maatschappij
Beeld: Shutterstock




