Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns wil het mestbeleid flexibeler maken zodat landbouwers beter kunnen inspelen op weersomstandigheden. Vooral voor grasland ziet hij mogelijkheden om minder strikt vast te houden aan vaste kalenderdata voor bemesting. Tegelijk erkent hij dat bijkomende mestopslag noodzakelijk is en dat de huidige vergunningverlening daarbij voor problemen zorgt.
Aanleiding voor het debat in het Vlaams Parlement was de discussie over de uitrijperiode voor effluent. Onder MAP 7 gelden sinds dit jaar strengere beperkingen. Boerenbond had gevraagd om de uitrijperiode dit najaar uitzonderlijk met vier weken te verlengen omdat landbouwers door de droge zomer minder mest konden uitrijden. Die vraag werd uiteindelijk niet ingewilligd.
Klimaat botst met kalenderlandbouw
Volgens minister Brouns tonen de voorbije zomers aan dat het huidige systeem steeds moeilijker houdbaar wordt. “Kalenderdata botsen en het is meer dan ooit gebleken dat het heel moeilijk is om de landbouw binnen die kalenderlogica te blijven duwen. Dat gaat alleen nog maar toenemen als gevolg van de klimaatverandering”, stelde hij.
Vandaag laat de regelgeving toe om de start- en stopdata van bemesting maximaal veertien dagen aan te passen. Daarvoor is wel een positief advies nodig van een expertencommissie die zowel landbouwkundige als milieukundige effecten beoordeelt. Volgens Brouns biedt dat systeem onvoldoende ruimte om in te spelen op veranderende weersomstandigheden. “Ik zou willen evolueren naar een kader dat meer mogelijkheden biedt, maar eveneens meer verantwoordelijkheid bij de landbouwer durft te leggen. Zeker in het voorjaar en zeker bij veilige teelten, zoals grasland. Ik denk dat het genoegzaam bekend is dat je daar voldoende comfort en veiligheid kunt bieden.” Brouns pleitte ervoor om landbouwers meer vertrouwen te geven. “Durf dan het vertrouwen en de verantwoordelijkheid bij de landbouwer te leggen.”
Een volledige afschaffing van kalenderdata ligt volgens hem niet meteen op tafel, maar hij ziet wel ruimte voor een grondige versoepeling. “Wil dat zeggen dat alle data op de schop moeten? Misschien nog niet, maar ik denk wel dat daar veel meer flexibiliteit en nuance in moet kunnen worden gebracht. Als in januari het klimaat ernaar is, waarom zouden we dan niet kunnen starten?”
Opslagcapaciteit blijft knelpunt
Meer flexibiliteit vraagt volgens de minister ook voldoende opslagcapaciteit voor mest en effluenten. “De steeds meer uitdagende weersomstandigheden nopen tot het vergroten van die opslagcapaciteit. Dat zorgt er namelijk net voor dat landbouwers kunnen bemesten volgens de noden van de plant.” Tegelijk erkende hij dat veel landbouwers die willen investeren in opslag vastlopen op de stikstofregels. Volgens Brouns hoeft dat niet logisch te zijn. “Mest op het juiste moment uitrijden is net positief, ook in het kader van de stikstofreductie.”
Voor opslag van effluenten heeft hij zijn administratie laten verduidelijken dat de stikstofimpact ‘verwaarloosbaar’ is. Voor drijfmest wordt volgens hem verder gewerkt aan het wegwerken van drempels.
Waarom geen verlenging voor effluent?
Op de vraag waarom de gevraagde verlenging van de uitrijperiode er uiteindelijk niet kwam, verwees Brouns naar uiteenlopende beoordelingen binnen de betrokken instanties. “Er was inderdaad een gunstig advies van ILVO. De Vlaamse Landmaatschappij had nog een aantal vragen. Er was dus wel geen algemene overeenstemming.” Volgens de minister speelde vooral de discussie over beschikbare opslagcapaciteit daarbij een rol. Hij gaf ook toe dat de situatie voor landbouwers moeilijk lag. “Toen het in augustus te heet was en we met die 15 augustus zaten, waren er landbouwers die zeiden dat dit echt wrong met hun landbouwhart omdat het gewoon niet goed zat, maar dat ze vastzaten.”
Evaluatie van mestbeleid
Later dit jaar komen overheid en stakeholders samen voor een evaluatie van het volledige mestbeleid. Brouns verwacht dat ook de flexibilisering van uitrijperiodes daar aan bod zal komen. “Dit kan zich dus niet ieder jaar op die manier herhalen. We moeten naar een meer performant mestbeleid gaan, dat meer is afgestemd op de landbouwrealiteit die deel is van de klimaatverandering van vandaag.”
RENURE-uitvoeringsbesluit dit najaar
Tijdens het debat kwam ook de invoering van RENURE opnieuw ter sprake. N-VA en CD&V drongen aan op snelle uitvoering van de regelgeving, zodat meer nutriënten uit mestverwerking kunnen worden ingezet. “Dat uitvoeringsbesluit, waarin een aantal dingen geregeld worden, moet er nu in het najaar komen”, reageerde Brouns.
Daarnaast blijft Vlaanderen volgens hem ook pleiten voor meer mogelijkheden om dierlijke mest op grasland te benutten. “RENURE helpt ons, maar voor grasland zou het logischer zijn om daar ook meer dierlijke mest te kunnen gebruiken dan vandaag het geval is.”
Tegen volgend mestseizoen?
Parlementslid Arnout Coel (N-VA) concludeerde dat er brede politieke steun lijkt te bestaan voor extra flexibiliteit, zolang de waterkwaliteitsdoelen behouden blijven. Hij verwacht dat tegen het volgende mestseizoen stappen worden gezet, zowel via het RENURE-uitvoeringsbesluit als via een mogelijk regelgevend initiatief rond soepelere bemestingsdata.
De bal ligt nu bij de evaluatie van het mestbeleid die later dit jaar plaatsvindt. Voor Vlaamse veehouders lijkt daarmee voor het eerst expliciet de deur opengezet naar een minder starre toepassing van de mestkalender.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV




