Een robotbedrijf draait goed wanneer koeien met regelmaat naar de melkrobot komen, voldoende melk per bezoek geven en de robot niet voortdurend tegen zijn maximale capaciteit aan zit. Pas als koeien voorspelbaar, rustig, efficiënt en hygiënisch gemolken worden is de melkrobot een succes. Dat was een belangrijk punt uit het verhaal van melkwinningsspecialist Johan Grolleman tijdens de HIPRA University begin vorige maand in Voorst.
Grolleman merkt dat op veel robot bedrijven nog sterk wordt gestuurd op het gemiddeld aantal melkingen per koe per dag. “Dat getal zegt niet alles. Een koe die drie keer per dag komt en telkens een acceptabele hoeveelheid melk geeft, past goed in het systeem. Een koe die vier keer komt met kleine beetjes melk, kan juist capaciteit kosten en meer belasting geven op speen en slotgat. Meer dan 3 melkingen per dag is pas interessant vanaf 42 liter per dag.”
Dat vraagt wel om een goed ingestelde robot. Op dat punt ziet Grolleman vaak verbetermogelijkheden. “In de opstartfase van een robot worden instellingen vaak ruim gezet, zodat koeien snel wennen en gemakkelijk door de robot gaan. Dat is logisch. Maar als die instellingen daarna nooit meer worden aangepast, kunnen ze later problemen veroorzaken. Zeker wanneer de robot voller raakt, ontstaat onregelmaat. Koeien komen te vaak voor kleine beetjes, andere koeien stellen hun bezoek juist te lang uit”, legt de melkwinningsspecialist uit.
Vrije tijd is geen verspilling
Veel veehouders zien vrije robottijd als verloren capaciteit. Toch is enige vrije tijd juist nodig om de koeien rustig en regelmatig te laten bewegen. “Wanneer een robot continu vol zit, ontstaat druk op het systeem. Koeien komen op ongunstige momenten, worden vaker geweigerd of moeten later worden opgehaald. Dat kost arbeid en kan melk kosten.”
Volgens Grolleman wordt het spannend wanneer de vrije tijd onder de 10 procent zakt. “Dan moet de veehouder vaak kiezen: meer werk verrichten om koeien bij de robot te krijgen, of accepteren dat er minder melk in de tank komt. Een robot zonder speelruimte lijkt efficiënt, maar is in de praktijk kwetsbaar.”
Vrije tijd geeft ranglage dieren bovendien de kans om ook rustig naar de robot te gaan. “Wanneer elke plek direct wordt ingenomen door dominante dieren of door koeien die te vaak langskomen, raakt het koeverkeer uit balans. Dit kost melk.”
Zoek de koeien met wisselende melkgift
Een veehouder kan tevreden zijn met de gemiddelde melkgift per robot of per koppel. Maar ondertussen kunnen individuele koeien grote schommelingen laten zien. Juist die variatie is volgens Grolleman interessant. Een koe die de ene keer 13 liter geeft en de volgende keer 6 liter, komt niet in een goed ritme. Dat kan liggen aan instellingen, koeverkeer, rangorde, gezondheid, weidegang of onrust rond de robot.
Daarom adviseert Grolleman om niet alleen naar daggemiddelden te kijken, maar naar melk per melking per koe. Welke koeien komen structureel met te weinig melk? Welke koeien hebben lange intervallen? En welke koeien veroorzaken veel mislukte melkingen of staan opvallend lang in de robot? “Zulke overzichten geven vaak sneller inzicht dan één algemeen kengetal. Zoek deze koeien op en kijk wat er mee aan de hand is.”
Wees voorzichtig met individuele instellingen
Veel robotsystemen bieden de mogelijkheid om koeien individueel anders in te stellen. Dat kan nuttig zijn bij een tijdelijk probleem, bijvoorbeeld rond uiergezondheid of een afwijkende melkbaarheid. Maar het risico is dat zulke aanpassingen in de vergetelheid raken en niet meer worden teruggezet.
Grolleman noemt individuele instellingen vooral een kortetermijnoplossing. Op langere termijn kunnen ze juist nieuwe problemen geven. Een koe wordt bijvoorbeeld tijdelijk vaker toegelaten, maar blijft maanden later nog steeds op die instelling staan. Of een aangepaste afname-instelling wordt vergeten terug te zetten. Zo ontstaat een systeem waarin de basisinstelling goed lijkt, terwijl een groep koeien in werkelijkheid heel anders wordt gemolken.
“Controleer regelmatig welke koeien individueel afwijken van de basisinstellingen. Vraag daarbij steeds: waarom staat deze koe zo ingesteld, is dat nog nodig en wanneer wordt het teruggezet?”, is het advies van Grolleman.
Weidegang vraagt om extra aandacht voor regelmaat
Bij weidegang daalt het aantal melkingen per koe vaak. Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Belangrijker is of de totale melkproductie op peil blijft en of koeien nog regelmatig genoeg door de robot komen.
De grootste uitdaging zit in het ritme. Wanneer alle koeien tegelijk naar buiten gaan en later weer tegelijk terug moeten komen, raakt de spreiding over de dag kwijt. Dan kan de robot pieken en dalen krijgen. Een geleidelijke overgang en een doordachte routing zijn daarom belangrijker dan alleen sturen op het aantal melkingen.
Tekst: Gerben Hofman




