De ontwikkelingen rond druppelirrigatie en fertigatie in grasland gaan snel. Wat enkele jaren geleden nog vooral als proef werd gezien, krijgt inmiddels steeds meer vorm in de praktijk. Tijdens een velddag van het Nederlandse Smartdrip op dinsdag 12 mei 2026 draaide niet alleen om het laten zien van resultaten, maar vooral om het verfijnen en optimaliseren van het systeem.
Op het Melkvee Innovatie Centrum Klaver4 in Laren, Gelderland, wordt sinds 2021 onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van druppelirrigatie en fertigatie in grasland onder de naam Smartdrip. De ondergrondse slangen zorgen ervoor dat vocht en nutriënten precies daar terechtkomen waar het gras ze nodig heeft. In een eerder artikel schreven we al over hoe dit principe uit de akkerbouw is doorontwikkeld naar grasland.
Druppelirrigatie in de praktijk
Op het praktijkperceel van melkveehouder Andre Platerink in Laren werd tijdens de velddag duidelijk hoe het systeem er in de huidige fase uitziet. De fertigatieslangen liggen inmiddels op een onderlinge afstand van zestig centimeter en op twintig centimeter diepte in de bodem. Deze afstanden blijken in de praktijk belangrijk voor een gelijkmatige verdeling van water en nutriënten in de wortelzone. Daarnaast is gebleken dat het slangensysteem zorgvuldig onderhoud vraagt. Na elke snede moeten de leidingen worden doorgespoeld om verstoppingen te voorkomen. Verder is wortelgroei in de druppelopeningen een aandachtspunt. Daarom wordt inmiddels gebruikgemaakt van nieuw ontwikkelde slangtypes, die beter zijn beschermd tegen indringing van grond en wortels, waardoor de levensduur en betrouwbaarheid toenemen.
Ook de filtratie van de meststroom speelt een belangrijke rol in de werking van het systeem. De dunne fractie wordt eerst door een 50 micronfilter geleid, waarna een 100 micronfilter de fijnere deeltjes verwijdert. In de praktijk blijkt dat het daaropvolgende zandfilter vaak nauwelijks nog werk hoeft te doen, omdat de eerste twee filtratiestappen al enorm effectief zijn.

Verschil in grasland
Tijdens de rondgang over het perceel werd duidelijk hoe verschillend grasland zich ontwikkelt onder invloed van het systeem. Op delen waar al langer met het systeem wordt gewerkt, is de beworteling duidelijk intensiever, vooral rondom de slangen. Op sommige plekken in het perceel werden lichte afwijkingen in het gras zichtbaar, waarschijnlijk door verstoppingen in de leidingen.

Melkveehouder Platerink onderstreepte vooral het praktische voordeel van het systeem. “Ik kan al bemesten terwijl we nog aan het kuilen zijn. Daarnaast is er een veel snellere hergroei na het maaien. Ook hoeven er minder landbouwmachines over het perceel heen te rijden, dat vind ik een groot voordeel.” Volgens de melkveehouder is dat laatste ook belangrijk, omdat elke machine die over het grasland rijdt, direct invloed heeft op bodemstructuur en groei.
Rekenen met druppelslangen
Mede-eigenaar van Smartdrip, Kees de Groot, gaf tijdens de velddag aan dat het prijskaartje van het systeem de afgelopen jaren sterk in is gestegen. De aanlegkosten zijn van zo’n 15.000 euro per hectare naar circa 22.000 euro per hectare gegaan in 2025, onder andere door hogere grondstofprijzen. De levensduur van de slangen is ingeschat op minimaal tien jaar. In de praktijk gaan de slangen in sommige gevallen zelfs vijftien tot twintig jaar mee, mits goed onderhouden.
Volgens De Groot levert het systeem inmiddels een duidelijke economische meerwaarde op. Hij rekent met een opbrengstvoordeel van ongeveer 1050 euro per hectare. Dit is vooral te verklaren door besparing op krachtvoer en lagere kosten voor loonwerk. Daarbij benadrukt hij dat dit een onvolledige berekening is. Effecten zoals verbeterde bodemstructuur, minder onkruiddruk, efficiënter gebruik van eigen mest en een lagere CO₂-voetafdruk nog niet zijn meegerekend. In eerder onderzoek viel al op dat met name het eiwitgehalte en de VEM-opbrengst duidelijk hoger liggen bij gebruik van fertigatie.
Toekomstblik
Tijdens de velddag kondigde Smartdrip een nieuwe samenwerking aan met Netafim, fabrikant van irrigatie-apparatuur. De blik is ondertussen al gericht op de volgende stap. Er wordt gewerkt aan verdere digitalisering. Daarbij gaan sensoren en weerdata een steeds grotere rol spelen in het bepalen van de juiste timing van fertigatie. Ook toepassingen in veenweidegebieden en de inzet van Renure worden onderzocht.
Tekst en beeld: Esmee Groot Roessink




