Met het naderende weideseizoen wijst DGZ op het belang van bioveiligheid bij rundvee. Volgens de organisatie neemt het risico op verspreiding van infecties toe zodra dieren naar buiten gaan. Daarom adviseert DGZ om preventieve maatregelen te nemen en alert te blijven op mogelijke besmettingen. Een goede voorbereiding kan helpen om gezondheidsproblemen te beperken.
Beperk contact en controleer de omgeving
Volgens DGZ kunnen ziekteverwekkers zich verspreiden via direct en indirect contact. Daarom adviseert de organisatie om het contact tussen dieren zoveel mogelijk te beperken en de weideomgeving zorgvuldig te beheren. Het regelmatig controleren van afrasteringen helpt ontsnappingen voorkomen. Daarnaast raadt DGZ aan om contact via gemeenschappelijke routes te vermijden en drinkwaterbronnen te controleren op kwaliteit. Voorkomen daarnaast dat dieren drinken uit water dat met andere percelen in verbinding staat, omdat dit besmettingsrisico’s kan vergroten.
Houd afstand tussen percelen
Daarnaast stelt DGZ dat sommige infecties, zoals IBR, zich over korte afstand via de lucht kunnen verspreiden. Om die reden luidt het advies om extra fysieke afscheidingen tussen aangrenzende weiden te creëren. Een minimale afstand van drie meter tussen omheiningen is een gangbare richtlijn, al kunnen uitzonderingen voorkomen. Hiermee wordt direct contact tussen dieren van verschillende bedrijven beperkt.
Volg geldende regelgeving
Verder benadrukt de organisatie dat naleving van de regelgeving noodzakelijk is om verspreiding tussen bedrijven in het weideseizoen te voorkomen. Alleen dieren met een geschikte gezondheidsstatus mogen worden geweid. Ook geldt dat runderen die verdacht zijn van bepaalde infecties, zoals BVD, niet in de weide mogen worden geplaatst. Daarmee sluit het advies aan bij bestaande wettelijke kaders.
Let op insecten en teken
Ook wijst DGZ op de rol van insecten en teken bij de verspreiding van ziekten. Zo kunnen kriebelmuggen volgens de organisatie virussen zoals blauwtong en Schmallenberg overbrengen. Daarnaast kunnen teken infecties veroorzaken wanneer dieren na de winterperiode opnieuw in de weide komen. Overweeg daarom preventieve maatregelen, zoals vaccinatie en het tijdelijk opstallen van risicogroepen tijdens piekactiviteit van insecten.
Handel snel bij een vermoeden
Tot slot adviseert DGZ om bij een vermoeden van besmetting direct te handelen. Neem contact op met de bedrijfsdierenarts en laat tijdig bloedonderzoek uitvoeren. “Laat bloedmonsters nemen vóór je de dieren terug op stal zet,” aldus DGZ. Hierdoor kan een mogelijke besmetting sneller worden vastgesteld en aangepakt.
Bron: DGZ




