De zuivelmarkt kende het afgelopen jaar grote schommelingen. Een onverwacht sterke stijging van de melkaanvoer zorgde voor een onevenwicht tussen vraag en aanbod, waardoor de prijzen voor zuivelproducten en rauwe melk onder druk kwamen te staan. Vooral in de tweede helft van het jaar werd de situatie uitdagend voor zuivelverwerkers en melkveehouders. Toch verschijnen begin 2026 voorzichtig de eerste tekenen van herstel.
Meer melk dan verwacht
Het verloop van de melkleveringen liet in 2025 een duidelijke trendbreuk zien. De zware uitbraak van blauwtong in de tweede helft van 2024 zorgde ervoor dat de Belgische melkproductie in de eerste helft van 2025 ongeveer 4,6 procent lager lag dan een jaar eerder.
In de tweede helft van 2025 volgde echter een opvallend herstel. Goede melkprijzen, relatief lage kosten en een verschuiving in de kalvingscyclus zorgden voor een sterke productiestijging. In december lag de melkaanvoer zelfs 12 procent hoger dan het jaar daarvoor.
Over heel 2025 werd in België ongeveer 4,37 miljard liter melk geleverd, een lichte stijging van 0,5 procent ten opzichte van 2024.
De melkproductie was verdeeld over beide regio’s:
- Wallonië: circa 1,29 miljard liter melk
- Vlaanderen: circa 3,10 miljard liter melk
Prijzen onder druk
De stijgende melkaanvoer was niet alleen zichtbaar in België, maar ook in andere Noordwest-Europese landen. Tegelijkertijd bleef de productie in belangrijke exportregio’s zoals de Verenigde Staten hoog.
In combinatie met een sterke euro maakte dit het moeilijker om Europese zuivel te exporteren. Daardoor ontstond een overschot op de markt, wat leidde tot een scherpe daling van de noteringen voor zuivelproducten.
Voor de zuivelindustrie betekende dit een moeilijke periode. Door de beperkte marges in de sector kunnen zuivelverwerkers de melkprijs immers niet structureel boven de marktwaarde houden zonder hun eigen rentabiliteit in gevaar te brengen.
Buffers uit goede jaren
Hoewel de melkprijs begin 2026 nog verder onder druk staat, hebben veel melkveehouders de afgelopen jaren wel een financiële buffer kunnen opbouwen.
De melkveebarometers in Vlaanderen en Wallonië laten zien dat vooral 2022 en het einde van 2024 tot begin 2025 uitzonderlijk rendabele jaren waren voor melkveehouders. Die periode hielp veel bedrijven om reserves op te bouwen voor mindere tijden.
Wat brengt 2026?
Voor 2026 wordt verwacht dat de melkaanvoer minder grillig zal verlopen. Verschillende factoren kunnen de productie afremmen.
Zo geldt vanaf dit jaar een sectordoelstelling voor de reductie van stikstofuitstoot in de melkveehouderij van 12,5 procent. Daarnaast kunnen lagere melkprijzen ertoe leiden dat meer melkveehouders stoppen of extra koeien laten slachten.
Ook dierziekten blijven een onzekerheidsfactor. Zo wordt onder meer gekeken naar het risico op Lumpy Skin Disease, dat zich mogelijk vanuit Frankrijk kan verspreiden.
Eerste tekenen van herstel
Ondanks de onzekerheid zijn er begin 2026 wel positieve signalen zichtbaar. De Belgische noteringen voor belangrijke zuivelproducten stijgen weer licht. Zo liggen de prijzen voor:
- boter rond 450 euro per ton
- magere melkpoeder rond 230 euro per ton
Of dit herstel doorzet, hangt sterk af van externe factoren zoals de melkproductie in andere exportregio’s, de wisselkoers van de euro, internationale handel en geopolitieke ontwikkelingen.
Voorzichtig optimisme
Hoewel de markt nog altijd vol onzekerheden zit, zijn de langetermijnvooruitzichten voor de zuivelsector positief. Wereldwijd blijven zowel de productie als de consumptie van zuivel groeien.
Volgens verwachtingen kan de wereldwijde zuivelproductie en -consumptie tegen 2035 met ongeveer 15 procent toenemen. Dat biedt perspectief voor de sector, ondanks de tijdelijke schommelingen op de markt.
Bron: BCZ-CBL




