Toen Cor hoorde over de extensiveringsregeling, was hij meteen enthousiast. Extensiveren betekent in de praktijk continu rekenen, meten en bijsturen. “Je wordt gedwongen om scherper na te denken over wat hier past en wat niet.” Cor vertelt hoe hij dat aanpakt.
Cor van Oosterom, 57 jaar, groeide op op het melkveebedrijf van zijn ouders in Bodegraven, Zuid-Holland. Door zelf naar Fryslân te vertrekken en in De Veenhoop een eigen melkveebedrijf op te bouwen, kon zijn jongere broer samen met hun vader in Bodegraven doorboeren en uiteindelijk het ouderlijk bedrijf overnemen.
We doen het samen
In Friesland bouwde Cor zijn eigen bedrijf op met 78 melkkoeien, zo’n 30 stuks jongvee en 71 hectare grond, waarvan 23 hectare natuurgebied. Samen met zijn neef Jelmer van Oosterom en een Wajong-medewerker runt hij het bedrijf. “We doen het samen,” zegt Cor. “Dat moet ook, want dit is geen makkelijke grond.” Die grond vraagt om robuuste koeien. Cor werkt met een rotatiekruising van Fleckvieh, Montbéliarde, Scandinavisch Roodbont en Brown Swiss. “Je krijgt zo een soberder type koe, eentje die beter tegen de omstandigheden kan. Dat past bij extensief werken.”
Koeien wegdoen was geen optie
Toen Cor hoorde over de extensiveringsregeling, was hij meteen enthousiast. Het project richt zich op het extensiveren van melkveehouderijen in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Het doel is minder stikstofuitstoot door het productie- en bemestingsniveau te verlagen, zonder gebruik van stikstofhoudende kunstmest. “Je wordt gedwongen om scherper na te denken over wat hier past en wat niet,” zegt Cor. Een belangrijke voorwaarde was dat de deelnemers samen minimaal 200 hectare moesten hebben. Cor ging op zoek naar collega-boeren en wist een groep te vormen. Inmiddels bestaat de extensiveringsgroep uit vier deelnemers met samen 440 hectare. Met begeleiding van een projectleider ging de groep aan de slag, met als doel onder de 150 kilo stikstof dierexcretie per hectare te blijven. Voor Cor was één ding helder: koeien wegdoen was geen optie. “Ik wilde niet mijn veestapel reduceren. Mocht er een diertelling komen, dan wil ik mijn vergunning niet verliezen.” Dus moest het anders.
Schaven aan de details
Extensiveren betekent in de praktijk continu rekenen, meten en bijsturen. Cor kiest ervoor om zijn melk vooral te produceren met ruwvoer van eigen land, in plaats van met extra aangekocht voer. Daarnaast pacht hij extra grond, onder andere van It Fryske Gea. Vorig jaar had hij ook nog 9 hectare BBL-grond. “Toen was het makkelijker. Door veranderende voorwaarden ben ik die kwijtgeraakt en ligt de lat nu hoger.” Alleen minder melken en meer grond is niet genoeg. Cor dook diep in de cijfers, met name het ureum. “Voor de extensiveringsregeling stond dat op 25. Vorig jaar zaten we op 21 en nu proberen we 19 of lager te halen. Dat maakt een flink verschil.” Een jaar zonder kunstmest laat duidelijk effect zien. “Het eiwit was eerst nog best hoog, maar nu zie je verschil. We blijven constant optimaliseren om de mest beter te benutten.” Ook het verdunnen van drijfmest, met zo’n 33 procent water, helpt daarbij.
Redelijk richting bio
“Wij zitten redelijk in de richting van bio. Deze extensiveringsregeling biedt mooie proefjaren om te ervaren of we in de toekomst ook willen omschakelen.” Of dat gebeurt, hangt af van het verschil in melkprijs, maar ook van hoe Jelmer naar de toekomst kijkt als hij het bedrijf misschien overneemt.
Net dat laatste zetje
Voor Cor is de extensiveringsregeling waardevol. “Het geeft net dat laatste zetje om te gaan extensiveren.” Wat hem betreft had de regeling langer mogen duren. De regeling biedt Cor ruimte om te onderzoeken wat werkt op zijn bedrijf. De kennis en ervaring die dat oplevert, gebruikt hij om stap voor stap verder te bouwen aan een bedrijfsvoering die past bij zijn grond, zijn koeien en de omgeving.
Bron: DLV Advies




