Sinds 15 november kreeg DGZ verschillende meldingen van (dood)geboortes van lammeren met ernstige misvormingen aan de poten en de rug. Tot hiertoe werden daarom meer dan 90 verdachte lammeren van verschillende bedrijven onderzocht op het Schmallenbergvirus. Op 13 bedrijven werd het virus reeds bij één of meerdere lammeren aangetroffen.
Deze bedrijven liggen verspreid over heel Vlaanderen. Naast de afwijkende lammeren werden er ook al drie kalveren met dezelfde symptomen aangeboden voor autopsie. Geen enkele van deze kalveren werd echter positief bevonden.
Ook in Nederland kon het virus tot nu toe enkel bij de misvormde lammeren aangetoond worden. Er moet echter rekening mee gehouden worden dat de testen die uitgevoerd worden eventueel negatief kunnen zijn, terwijl het virus toch de oorzaak geweest kan zijn. De infectie die verantwoordelijk is voor de ernstige congenitale misvormingen heeft mogelijk al enige tijd geleden plaatsgevonden waardoor het virus niet steeds meer terug te vinden is. Onderzoek op antistoffen is momenteel nog niet mogelijk.
DGZ vraagt heel alert te zijn, dergelijke gevallen te melden en stalen van afwijkende lammeren of kalveren (serum, nageboorte en foetus) te laten onderzoeken. Naast het serum wordt ook een EDTA-bloedmonster van het moederdier gevraagd. Indien het om lammeren/kalveren gaat met de voor Schmallenbergvirus typische macroscopisch afwijkingen (arthrogrypose, scoliose, torticollis) zal het CODA deze monsters op het Schmallenbergvirus onderzoeken en wordt bij DGZ histologisch onderzoek verricht op hersenen en ruggenmerg. Daarnaast zullen de stalen ook onderzocht worden voor brucellose en Q-koorts. De andere onderzoeken van het standaard abortusprotocol zullen enkel nog uitgevoerd worden op lammeren/kalveren waarbij geen typische macroscopische symptomen zichtbaar zijn. Momenteel worden zowel de ophaling als de autopsie en analyses van dergelijke kadavers vergoed door het FAVV.
Daarnaast wordt het Schmallenbergvirus gelinkt aan milde algemene symptomen bij runderen (milkdrop, koorts, neusvloei, hoest, diarree). Daarom wordt gevraagd om bij runderen met klinische indicaties die mogelijk het gevolg kunnen zijn van een besmetting met Schmallenbergvirus dit te melden aan DGZ.