Intussen hebben ook de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV), de Milieu- en Natuurraad (Minaraad) en de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) hun advies over het nieuwe mestplan klaar. Opvallend: ondanks uiteenlopende visies over een aantal deelaspecten, zijn ook de geciteerde officiële raden unaniem kritisch over MAP 4.
Gelet op de terugwerkende kracht van het plan zijn overgangsmaatregelen onvermijdelijk, luidt het vooreerst. Het advies klaagt in deze de rechtsonzekerheid die het nieuwe plan met zich meebrengt aan. Ten tweede hekelt men het feit dat de landbouw- en milieuorganisaties niet bij de finale onderhandelingen met Europa betrokken werden. De raden benadrukken wat dit betreft de nood te streven naar een evenwicht tussen economische haalbaarheid en milieueffectiviteit. Ten derde drukt ook dit advies de wens uit dat de controlerende en sensibiliserende taak van de Mestbank op het terrein duidelijk gescheiden zouden worden. Ten vierde moet de meetfout bij metingen van het nitraatresidu verkleind worden. Van de Europese Commissie wordt een duidelijk richtsnoer verwacht met betrekking tot het meten van de oppervlaktewaterkwaliteit. Ten slotte benadrukt het advies de noodzaak voor meer onderzoek inzake de onderbouwing van de generieke fosfaatnorm.