Op 1 december is het nieuwe, vereenvoudigde paratuberculoseprogramma voor melkvee van start gegaan. De richtlijnen zijn versoepeld zodat het voor de melkveehouder aantrekkelijker wordt om deel te nemen.
Paratuberculose is een erg besmettelijke ziekte voor runderen. De ziekte is moeilijk te bestrijden en heeft grote economische gevolgen voor de getroffen bedrijven. Daarom werd in 2007 een paratuberculosebestrijdingsprogramma ontwikkeld door en voor de Belgische melkveehouders. Na 5 jaar wordt het programma – op vraag van de sector – grondig gewijzigd. Vanaf deze winter gelden er nieuwe richtlijnen en nieuwe benamingen die zorgen voor een vereenvoudiging van het programma. Verwacht wordt dat dit vereenvoudigde programma een extra stimulans zal bieden aan de veehouders om zich in te schrijven en dat het aantal nieuwe deelnemers bijgevolg sterk zal stijgen.
Nieuwe richtlijnen
Het verplichte onderzoek bestaat uit een serologisch onderzoek (bloed of melk) van enkel de melkgevende runderen. Droogstaande of mannelijke dieren kunnen eventueel vrijwillig en aan hetzelfde tarief in het onderzoek betrokken worden. Alle onderzochte dieren worden evenwel in rekening gebracht bij de toekenning van het opvolgingsniveau.
Bij aanvang van elke bemonsteringsperiode kan de deelnemende veehouder aangeven of de onderzoeken via zijn bedrijfsdierenarts (bloed of melk) of via de MPR-melkmonsters zullen gebeuren. Alle stalen dienen echter gelijktijdig bij DGZ aangeboden te worden.
De bemonsteringsperiode in het huidige werkjaar loopt van 1 december 2011 tot eind april 2012. Maar: hoe vroeger men screent, hoe meer tijd men heeft om de positieve dieren op te ruimen (zie verder).
Bij een lage besmettingsgraad (maximum 2 dieren of 2% van de dieren positief), bestaat nu de mogelijkheid om de positieve dieren bijkomend te onderzoeken via een PCR-test op een meststaal. Er wordt nagegaan of het dier de kiem al of niet uitscheidt. Indien dit onderzoek geen uitscheiding kan aantonen, dan wordt het dier als negatief beschouwd en wordt het dus vrijgesteld van opruiming. Dit PCR-onderzoek gebeurt op kosten van de veehouder en moet tijdig plaatsvinden, zodat eventueel positieve dieren nog tijdig – namelijk binnen de 2 maanden na het aanbieden van de stalen voor het serologisch onderzoek – opgeruimd kunnen worden.
Een bedrijf met een lage besmettingsgraad (maximum 2 dieren of 2% positief) kan – door het versneld opruimen van de positieve dieren (binnen de 2 maanden na het aanbieden van de stalen voor serologisch onderzoek) – nog steeds het hoogste opvolgingsniveau verwerven.
De uiterlijke opruimingsdatum is een vaste datum voor alle deelnemende bedrijven. In 2012 valt deze op 30 juni. Vóór deze datum moeten alle positieve dieren opgeruimd worden, wil de veehouder het volgende jaar nog recht hebben op subsidies.
Nieuwe benamingen
De huidige P-opvolginsniveaus worden verlaten. In het nieuwe programma spreken we over A-, B- en C-niveaus.
Het niveau wordt bepaald aan de hand van:
|
Niveau |
Definitie |
Voorwaarden |
Acties |
Kortingstarief |
|
A |
Laag risico |
|
ja |
|
|
B |
Gematigd risico |
|
ja |
|
|
C |
Risico |
|
neen |
Praktisch